Studieresultaten


ASSESSMENT: STUKKEN NIEUWSREDACTIE & INNOVATIEF IDEE AFGESTREEPT


 

 



MEDIAREDACTIE: ONDERZOEKSVERSLAG 1


 

Beoordeling stukken:

Eerste versie onderzoeksverslag 1, inclusief beoordeling:


Verbeterde versie onderzoeksverslag 1, met een onvoldoende beoordeeld tijdens het assessment:

 

Uiteindelijke versie die ik aandraag ter beoordeling:



Voorblad


Inhoudsopgave

1.1. Inleiding

1.2. Leeswijzer
1.3. Wat wordt behandeld in dit onderzoeksverslag

1.4. Theoretisch kader
1.4.1. Cultiveringstheorie van George Gerbner
1.4.2. Framing
1.4.3. Medialogica
1.4.4. Priming
1.4.5. Agendasetting

2.1. Onderzoeksopzet
2.2. Kwantitieve resultaten
2.3. Kwalitatieve resultaten
2.4. Resultaten

3.1. Conclusie
3.1.1. Kwaliteit van het onderzoek – kwaliteits-analyse
3.1.2. Betrouwbaarheid
3.1.3. Onafhankelijkheid
3.1.4. Validiteit
3.1.5. Bruikbaarheid

3.2. Bronnenlijst

Bijlagen – frame-analyse schema


1.1 Inleiding

Nadat de hoofdredacteur van de Russische nieuwssite Lenta.ru, Galina Timchenko, is ontslagen blijven niet alleen haar collega’s achter vol ongeloof. Ook de media storten zich op deze gebeurtenis, want wat zegt dit ontslag over de Russische persvrijheid?

Volgens het Amerikaanse persbureau de Associated Press zou Timchenko zich schuldig hebben gemaakt aan het verwijzen naar extremistisch materiaal, wat strafbaar is onder de anti-terreur wetgeving. In de berichtgeving van Timchenko, waarin zij de extreem-rechtse Oekraïnse nationalist Dmytro Yarosh interviewt, wordt de rol van Rusland verkeerd in beeld gebracht. Zo stelt de Associated Press. De publicatie kostte de hoofdredacteur haar baan. Timchenko wordt vervangen door Alexei Goreslavsky, die tot voor kort hoofd van Vzglyad.ru was.

Verantwoordelijk voor haar ontslag is de eigenaar van Lenta.ru, Alexander Mamut. Mamut, een miljardair die ook eigenaar is van de Britse boekhandelsketen Waterstones, overzag een online media fusie in 2013 die hem de controle over een aantal populaire nieuwsdiensten, zoals Lenta.ru, gaf. Door andere journalisten van Lenta.ru werd het ontslag meteen bekritiseerd. Zo zou het ontslag van Timchenko symbool staan voor de bedreiging van de vrije journalistiek in Rusland. Voormalig collega’s van de Russische hoofdredacteur besluiten als uiting van hun ongenoegen massaal ontslag aan te bieden. Dunja Mijatovic, vertegenwoordiger van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) inzake mediavrijheid, zegt het volgende over het ontslag: “Dit is het afvuren van een duidelijk signaal van censuur en druk van de regering.” Ook de Russische bevolking is niet gecharmeerd van het ontslag. Zij ziet het als een klap voor de vrijheid van meningsuiting in het land.

Nederland mengde zich in de discussie rondom deze gebeurtenis en uiteraard werd ook de Nederlandse bevolking via het nieuws op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen. In dit onderzoeksverslag is de berichtgeving omtrent dit onderwerp, de persvrijheid in Rusland, geanalyseerd in de periode 2000 tot en met 2014. Voor de analyse is gebruik gemaakt van publicaties van vijf kranten. Namelijk: NRC Handelsblad, Het Parool, Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf. Dit omdat deze titels het meest over dit vraagstuk berichtten.


1.2 Leeswijzer

In de inleiding wordt uitgelegd welk onderwerp er wordt behandeld in het kader van dit onderzoek. Vervolgens wordt er in paragraaf 1.3 ‘Wat wordt behandeld in dit onderzoeksverslag’ informatie gegeven over de hoofdvraag, waarop uiteindelijk antwoord zal worden gegeven. Ook wordt in deze paragraaf besproken waarom dit thema maatschappelijk relevant is. In het theoretisch kader (paragraaf 1.4) worden de theorieën en begrippen besproken die voor dit onderzoek van belang zijn. In de onderzoeksopzet wordt uitgelegd hoe er te werk is gegaan om tot de bevindingen van dit onderzoek te komen. De hoeveelheid publicaties van de geanalyseerde media en in welke vorm deze media bericht hebben komt aan de orde bij de kwantitatieve resultaten. Paragraaf 2.3 betreft de kwalitatieve resultaten waarin de inhoud van deze berichten wordt weergegeven. De frames worden daarop volgend behandeld onder de ‘resultaten’. Natuurlijk wordt er ook een conclusie gegeven in dit onderzoek, die conclusie is te lezen onder paragraaf 3.1. De kwaliteit van dit onderzoek wordt overigens ook besproken, bekijk daarvoor de kwaliteits-analyse onder paragraaf 3.1.1. Vervolgens is de bronnenlijst te zien. Als laatste kunt u het schema van de frame-analyse raadplegen die gebruikt is voor dit onderzoek.


1.3 Wat wordt behandeld in dit onderzoeksverslag

In dit onderzoeksverslag wordt antwoord gegeven op de vraag: ‘Hoe berichten de Nederlandse media over de persvrijheid in Rusland?’. Dit wordt in beeld gebracht door de berichtgeving van de kranten NRC Handelsblad, Het Parool, Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf van het jaar 2000 tot en met het jaar 2014 te analyseren. Voor deze titels is gekozen omdat deze het meest berichtten over de Russische persvrijheid in de aangegeven periode.

De maatschappelijke relevantie van dit onderzoek heeft betrekking op de houding die Nederlandse media aannemen ten opzichte van de Russische persvrijheid. Wat is acceptabel volgens het journalistieke werkveld in Nederland? Als die stelling wordt ingenomen, in de vorm van berichtgeving, wordt ook direct de nadruk gelegd op wat juist niet voldoet aan onze (Nederlandse) opvatting over de vrije journalistiek. Het ontslag van de Russische hoofredactrice, Galina Timchenko, van Lenta.ru staat niet alleen volgens haar eigen collega’s maar ook volgens Dunja Mijatovic, vertegenwoordiger van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) inzake mediavrijheid, symbool voor de bedreiging van de vrije pers. Haar stelling, die al eerder te lezen was in dit onderzoeksverslag luidde dan ook: “Dit is het afvuren van een duidelijk signaal van censuur en druk van de regering.”

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van krantenarchief Lexis Nexis. Via dit archief zijn dertig artikelen geanalyseerd waarin bericht is over de persvrijheid van Rusland. Naar aanleiding van deze verzameling worden er verschillende frames belicht die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen.


1.4 Theoretisch kader


1.4.1 Cultiveringstheorie van George Gerbner

In dit onderzoek worden verschillende theorieën en bergrippen behandeld die van belang zijn voor dit vraagstuk. Een van deze theorieën is de cultiveringstheorie van Gerbner. De cultiveringstheorie van George Gerbner, gaat in op de rol van de media in onze westerse, geïndustrialiseerde samenleving (De Boer en Brennecke, 2009). Volgens Gerbner hebben massamedia een centrale plaats ingenomen in onze samenleving, waardoor de massamedia de hedendaagse rol van cultuurverspreider vervullen.

Wanneer je kijkt naar de persvrijheid in Rusland kun je stellen dat deze ‘centrale plaats’ van de massamedia wordt vervuld door de media die over dit onderwerp berichten. Komt er in deze berichtgeving veelvuldig het gebruik voor van negatieve uitlatingen zoals ‘cultuur van haat en intimidatie’, ‘journalisten in Rusland niet veilig’ en begrippen als ‘bedreiging’ en ‘corruptie’, dan zou het gebruik van deze negatieve connotatie door het publiek (de lezers) kunnen worden opgevat en geïnterpreteerd als maatschappelijk probleem. Op deze manier speelt de rol van de media in op de mening van het publiek (de ontvangers).

De cultuurverspreider geeft volgens Gerbner antwoord op vier vragen. Namelijk:
1) Vragen naar existentie (Wat is er?)
2) Vragen naar prioriteiten (Wat is belangrijk?)
3) Vragen naar waarden (Wat is goed? Wat is kwaad?)
4) Vragen naar onderlinge verhoudingen (Wat hangt waarmee samen?)

Deze vragen, waarop de cultuurverspreider volgens George Gerbner antwoord geeft, zijn bij dit onderzoek van toepassing bij de kwalitatieve inhoudsanalyse.


1.4.2 Framing

Een ander begrip waaraan in dit onderzoek aandacht wordt besteed is framing. Framing houdt in dat verhalen een bepaald perspectief oftewel ‘frame’ bieden op de werkelijkheid. Het begrip is gebaseerd op de veronderstelling dat de wijze waarop een onderwerp in de media behandeld wordt, invloed heeft op de manier waarop het door het publiek wordt geïnterpreteerd. Deze manier, hoe in onderwerp wordt ‘gebracht’ en gepresenteerd, is volgens het framingprincipe een keuze die door de journalistiek (de journalist of journalisten in kwestie) is gemaakt. Journalisten zijn verhalenvertellers en dragen bij aan de ‘framing’ van bepaalde onderwerpen. In dit onderzoek wordt gekeken naar welke frames naar voren komen naar aanleiding van het bestuderen van dertig artikelen, van vijf verschillende kranten over een periode van veertien jaar.


1.4.3 Medialogica

Het derde begrip dat in dit verslag aan bod komt is medialogica. Dit houdt de driehoeksrelatie in tussen media, politiek en publiek. Deze drie partijen hebben een wederkerige relatie met elkaar. De media zijn afhankelijk van het publiek. Als het publiek geen aandacht besteedt aan de media, bestaan de media niet. De politiek is ook weer afhankelijk van de media. De media stellen de politiek voor aan het publiek. De media hebben politici dan weer nodig voor onder andere een quote. Het publiek is weer afhankelijk van de media als bron van informatie.

Medialogica is dus het proces waarbij een publieke opinie ontstaat of zich ontwikkelt omdat beleidsmakers, journalisten en consumenten zich aanpassen aan de werking van de media. Dit kunnen zij bewust maar ook onbewust doen. Medialogica is het resultaat van structurele maatschappelijke en technologische ontwikkelingen die burgers, politici en media vasthouden in een interactie waaruit zij niet meer kunnen ontsnappen (Van Beek, 2006). De drie partijen worden als het ware gedwongen mee te gaan in dit proces binnen de driehoeksrelatie.

Burgers (de lezers) willen nieuws met attentiewaarde en politici die recht doen aan hun opvattingen en gevoelens. Media, op hun beurt, leveren nieuws dat pakkend is en zijn op zoek naar politici die inspelen op de gevoelens van de burgers. Politici ‘framen’ op hun beurt hun eigen uitspraken in een poging de nieuwspodia te bereiken en recht te doen aan deze gevoelens van de burgers (Ontsnappen aan medialogica, 2006).

In het kader van de persvrijheid in Rusland is dit proces van medialogica van belang gezien deze duidelijk een rol speelt in de manier waarop verschillende partijen functioneren. Gekeken naar de rol van de Russische burgers kun je stellen dat deze, naast nieuws met attentiewaarde, willen dat politici recht doen aan hun opvattingen en gevoelens. Wat klaarblijkelijk niet het geval is. President Poetin oefent namelijk, zoals eerder aan bod kwam, censuur uit en bedreigt daarmee de persvrijheid.


1.4.4 Priming

Priming, een begrip dat sterk samenhangt met ‘framing’, is het proces waarbij de door de media overgebrachte informatie naar het geheugen van de ontvanger bepaalde kenniseenheden tijdelijk toegankelijk maakt. Daardoor neemt de waarschijnlijkheid toe dat die gemakkelijk toegankelijke kenniseenheden gebruikt worden bij de receptie, interpretatie en beoordeling van de daaropvolgende informatie (De Boer en Brennecke, 2009).

Het proces van priming beïnvloedt de manier waarop de informatie bij de lezer binnenkomt. Het begrip is in dit onderzoek niet behandeld gezien deze als onderwerp heeft hoe de Nederlandse media berichten over deze kwestie en niet hoe de lezers van deze berichtgeving de informatie ‘verwerken’. In het verlengde daarvan zou je wel kunnen stellen dat de Nederlandse media ook lezers zijn, in die zin dat zij de Russische media bijhouden (en dus verwerken) en op hun beurt daarover nieuwe berichtgeving produceren.


1.4.5 Agendasetting

Het begrip agendasetting wordt in dit onderzoeksverslag behandeld omdat sommige auteurs het primingproces beschouwen als een mogelijke theoretische verklaring voor het optreden van een agendasettingeffect. In de agendasettingtheorie hebben media geen effect op wat mensen denken maar is het wel zo dat de media bepalen waarover mensen denken. De media bepalen dus de publieke agenda. In dit onderzoek kan dit begrip van toepassing zijn in het kader van de kwantiteit. Berichten de (Nederlandse) media veel over de persvrijheid in Rusland? Als dat zo is, zouden deze publicaties immers van invloed zijn op de agenda van het publiek. Dit proces van beïnvloeding is wederkerig. Het publiek kan op haar beurt namelijk ook bepalen waarover de media berichten. Besteden burgers veel aandacht aan de situatie van de persvrijheid in Rusland? Heeft dit invloed op de hoeveelheid berichtgeving die de media openbaar maken over dit onderwerp?


2.1 Onderzoeksopzet

Voor dit onderzoek zijn dertig artikelen geanalyseerd van vijf verschillende kranten. Deze kranten betreffen: het NRC Handelsblad, Het Parool, Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf. Voor deze titels is gekozen, zoals al eerder in dit verslag aan bod kwam, omdat dit de kranten zijn die het meest over het vraagstuk berichtten. De berichten die zijn onderzocht zijn gepubliceerd in de periode van 2000 tot en met het 2014. Deze krantenartikelen zijn verkregen via Lexis Nexis. De zoektermen die in dit programma zijn gebruikt zijn: persvrijheid Rusland, Rusland pers, media Rusland, vrijheid van meningsuiting Rusland en blokkades nieuwsmedia.

Na de verzameling van deze artikelen zijn deze stukken geanalyseerd via een frame-analyse schema. Dit schema vindt u in de bijlage van dit onderzoeksverslag.


2.2 Kwantitatieve resultaten:

Wanneer je kijkt naar de hoeveelheid berichtgeving kun je stellen dat er in het jaar 2000 nog vrij weinig wordt bericht over de persvrijheid in Rusland. Een van de weinige kranten die er een achtergrondverhaal over schrijft is De Telegraaf. Als de andere kranten al iets over het onderwerp publiceren houden zij het bij een nieuwsbericht. In 2001 wagen ook de Volkskrant en Het Parool zich aan het onderwerp, zij publiceren beide een nieuwsbericht. De periode tussen 2002 en 2006 wordt er weinig bericht over de persvrijheid in Rusland. In 2006 laat de Volkskrant weer iets van zich horen met een nieuwsbericht, Trouw publiceert een achtergrondverhaal. Ook in de periode tussen 2007 en 2009 wordt er opnieuw weinig bericht. In 2009 publiceert Trouw nogmaals een achtergrondverhaal. De media die in 2010 veelal berichten over het onderwerp zijn Trouw en Het Parool. In 2011 publiceert Trouw nog een nieuwsbericht. De Volkskrant publiceert in 2012 een achtergrondverhaal. In 2013 publiceert De Telegraaf een nieuwsbericht. In 2014 lijkt het onderwerp een grotere rol te spelen in de media. De vijf kranten die in dit onderzoek bestudeerd zijn publiceren in dit jaar allemaal stukken die te maken hebben met Russische persvrijheid. Zowel nieuwsberichten als achtergrondverhalen. Ook werden er interviews gepubliceerd. Overigens kunt u deze informatie ook in het geplaatste schema hier onder bekijken.

SCHEMA


2.3 Kwalitatieve resultaten

In het jaar 2000 publiceert de Volkskrant een achtergrondverhaal onder de kop ‘Vrijheid Russische pers onder Poetin in gevaar’. Het stuk gaat over Poetins’ voorstel om de macht van de Russische lokale leiders, de gouverneurs, te beknotten. Een week voorafgaand aan dit voorstel werd er een ‘aanval op de vrije pers’ gepleegd, aldus de Volkskrant. De inval van gemaskerde mannen in het Moskouse hoofdkwartier van Media-Most, waarvoor Russische autoriteiten verantwoordelijk zouden zijn. Een jaar later, in 2001, publiceren de Volkskrant en Het Parool beide een bericht over het onderwerp. De Volkskrant publiceert een nieuwsbericht over de stelling van de Wereldverbond van Kranten, dat Colombia en Rusland de gevaarlijkste landen zouden zijn voor journalisten. Het Parool publiceert een achtergrondverhaal over het feit dat het Russische staatsbedrijf Gazprom, tegen de wil van journalisten in, een nieuwe directeur en hoofdredacteur benoemde bij het Russische televisiekanaal NTV (National Television Russia).

Tot 2006 wordt er weinig bericht over de persvrijheid in Rusland. In 2006 publiceert de Volkskrant een nieuwsbericht over ‘2005 het bloedigste jaar voor de persvrijheid sinds 1995’ naar aanleiding van 63 gedode verslaggevers in dat (2005) jaar. Trouw publiceert een achtergrondverhaal over het eerbetoon dat media aan de vermoorde journaliste, Anna Politkovskaja, geven. In 2009 publiceert Trouw nog een achtergrondverhaal. Het jaar daarna, in 2010, publiceert Trouw nog een achtergrondverhaal en een nieuwsbericht. Het Parool publiceert een nieuwsbericht met als onderwerp drie journalisten die zwaar mishandeld zijn in Rusland, in één week. Ook publiceert het medium een achtergrondverhaal met het onderwerp ‘Poetins Rusland’. Waarin gesteld wordt dat Poetin dan wel niet zelf de opdracht geeft journalisten dood te schieten maar hij wel een milieu schept waarin journalisten niet beschermd worden.

In 2011 publiceert Trouw nog een nieuwsbericht, in het jaar daaropvolgend publiceert de Volkskrant een achtergrondverhaal. Twee jaar later publiceert De Telegraaf een nieuwsbericht over de mogelijke aanslag op een verslaggever van het medium. In dit bericht doet De Telegraaf de uitspraak: “Ook in Rusland zijn journalisten hun leven niet zeker, getuige de geruchtmakende moord op Anna Politkovskaja. Dit mag in Nederland nooit gebeuren!”


2.4 Resultaten

Naar aanleiding van de analyse van de geselecteerde artikelen komen verschillende frames naar voren. In het jaar 2000 doet het frame ‘Einde persvrijheid’ zich veelal voor. Het jaar daaropvolgend (2001) komen twee frames naar voren. Namelijk: ‘Gevaar journalisten’ en ‘Censuur’. In 2006 wordt er vooral een terugblik gegeven op het jaar 2005. Er wordt voornamelijk bericht met het frame ‘Levensgevaarlijk’ naar aanleiding van de moorden op journalisten die er in dat jaar gepleegd zijn.

In 2009 wordt het frame ‘Acceptatie’ vooral gebruikt dat ernaar verwijst dat Russen onderhand gewend zijn aan de moorden op journalisten en activisten. In 2010 zijn er vijf verschillende frames die een rol spelen, namelijk:

– Geweldsgolf
– Haat-atmosfeer
– Intimidatie
– Corruptie
– Onveilig

In 2011 speelt het frame ‘Verzwijgen’ een grote rol. Het frame verwijst naar de federale veiligheidsdiensten en autoriteiten die niet geïnteresseerd zijn in het oplossen van moorden op journalisten. In 2012 is dit het frame: ‘Bedreiging’, welke terug slaat op de Russische autoriteiten die niet gecharmeerd zijn van de (vrije) uitspraken die worden gepubliceerd op blogs. Naar aanleiding van de bloggers die in Moskou door de Russische autoriteiten in dat jaar worden aangepakt. In 2013 publiceert De Telegraaf een bericht waarin zij de lezers laat weten dat er een mogelijke aanslag is gepland op een van de verslaggevers van het medium. Hierin refereert het medium aan Rusland, met name de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaja en doet de uitspraak “dit mag in Nederland niet gebeuren”.

In 2014 spelen vijf verschillende frames een rol, namelijk:

– Blokkade kritische nieuwsvoorzieningen
– Aanpakken persvrijheid
– Onderdrukking
– Anti-pers
– Verslechtering


3.1 Conclusie

Aan het begin van dit onderzoek werd de hoofdvraag voorgelegd. Deze luidde: ‘Hoe berichten de Nederlandse media over de persvrijheid in Rusland?’. Naar aanleiding van de gevonden frames kunnen we stellen dat de Nederlandse media vooral bezorgd en kritisch berichten over de Russische persvrijheid. De frames die voornamelijk opvallen zijn namelijk:

– Einde persvrijheid
– Gevaar journalisten
– Censuur
– Blokkade kritische nieuwsvoorzieningen en Verslechtering


3.1.1 Kwaliteit van het onderzoek – kwaliteitsanalyse

Om te verantwoorden hoe dit onderzoek in elkaar zit, wordt gebruik gemaakt van de criteria die Nel Verhoeven gebruikt in haar boek Wat is Onderzoek? (Verhoeven, 2009). Volgens haar zit een onderzoek goed in elkaar als de betrouwbaarheid, bruikbaarheid en validiteit goed zijn. Vandaar dat deze maatstaven, in dit onderzoek, gebruikt worden. Verder wordt ook de onafhankelijkheid van het onderzoek in deze paragraaf besproken.


3.1.2 Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van een onderzoek hangt af van verschillende factoren. Dat zijn onder andere herhaalbaarheid, controleerbaarheid en onafhankelijkheid. Wat dat betreft kan het kwantitatieve onderzoek als betrouwbaar worden beschouwd. De bronnen die voor dit onderzoek zijn gebruikt, zoals de index LexisNexis, kunnen immers opgehaald worden door dezelfde trefwoorden in het archief in te voeren. Verder is in paragraaf ‘2.1. Onderzoeksopzet’ te lezen hoe het onderzoek is opgesteld. Ook kunnen de begrippen die van toepassing zijn op dit onderzoek, zoals het begrip framing, naar aanleiding van de bronnenlijst worden opgezocht in de literatuur die hiervoor geraadpleegd is.


3.1.3 Onafhankelijkheid

Wat de onafhankelijkheid van dit onderzoek betreft kan er gezegd worden dat dit onderzoek gedaan is in opdracht van de Fontys Hogescholen, in dit geval de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek. De onderwijsinstelling heeft geen baat bij een bepaalde uitkomst van het onderzoek en zijn dus onafhankelijk. Wel stelt de Hogeschool voor de Journalistiek het vereiste, dat het onderzoek herhaalbaar, controleerbaar en onafhankelijk moet zijn. De persoon die dit onderzoek heeft verricht is Esmée Janssen, een tweedejaars studente aan de eerder genoemde hogeschool. In het kader van haar studie volgde zij het project ‘Mediaredactie’ waar studenten beoordeeld worden op, onder andere, hun onderzoeksverslag. Gezien deze onderzoeken aan het vereiste van onafhankelijkheid moeten voldoen en het feit dat Janssen zelf geen voordeel heeft bij bepaalde uitkomsten of resultaten kan worden gesteld dat dit onderzoek aan het onafhankelijkheidsvereiste voldoet.

De kwaliteit van dit onderzoek is minder goed te controleren en dus matig. Gezien de herhaalbaarheid kun je stellen dat de gegevens die worden behandeld betrouwbaar zijn. Wel moet er een kanttekening worden gezet bij deze gegevens. Het onderzoek betreft een analyse van dertig artikelen over een periode van veertien jaar. Je kunt dus stellen dat deze artikelen niet het algehele beeld van de werkelijkheid hoeven/kunnen zijn. De conclusie van dit onderzoek, die wordt gegeven naar aanleiding van de frames die zijn gevonden, gelden dus maar slechts als een rode draad in de berichtgeving van de veertien jaar die zijn onderzocht. Het geeft wel een beeld over de opvatting die er in de onderzochte periode (2000-2014) heerst onder de Nederlandse media over de persvrijheid in Rusland.


3.1.4 Validiteit

Wanneer er wordt gekeken naar de validiteit van een onderzoek moet men de volgende vraag beantwoorden: ‘Is er met dit onderzoek aangetoond wat de onderzoeker wilde aantonen?’. Dit onderzoek had als doel; inzicht te krijgen over hoe Nederlandse media in de jaren 2000 tot en met 2014 berichten over de persvrijheid in Rusland. Hier is een conclusie uitgekomen. Daar moet wel de kanttekening bij geplaatst worden dat dit onderzoek een kleinschalig onderzoek betreft. Een onderzoeker die het breder zou willen trekken zou meer artikelen, titels en jaren moeten onderzoeken en naar aanleiding van dit onderzoek (mogelijk) meer frames moeten vinden.


3.1.5 Bruikbaarheid

De inzichten die dit onderzoek biedt zijn van relatief kleine betekenis. Zoals bekend analyseert en geeft dit onderzoek antwoord op de vraag hoe de Nederlandse media berichten over de persvrijheid in Rusland, tijdens de periode 2000 tot en met 2014. Dit wordt gedaan aan de hand van het analyseren van Nederlandse berichtgeving van de eerder genoemde titels. Het antwoord heeft dan ook betrekking op hoe wij als Nederlanders denken over de vrije journalistiek, zonder censuur. Gesteld kan worden dat de Nederlandse media van mening zijn dat er in Rusland sprake is van bedreiging van de persvrijheid en in het verlengde daarvan de zekerheid en veiligheid van de journalisten in het land. Het thema van dit verslag is dan wel maatschappelijk relevant maar is daarentegen kleinschalig. Het onderzoek openbaart geen nieuwe, onverwachtse uitkomsten maar biedt mogelijk wel onderbouwing voor grotere, omvangrijkere onderzoeken. Verder brengt dit verslag het contrast in beeld tussen de Nederlandse persvrijheid (en de opvatting daarvan) en de vrijheid daarvan in Rusland.


3.2 Bronnenlijst

  1. Beek, K.W.H. van. (2006). Ontsnappen aan medialogica. Duivendrecht: Uitgeverij SWP.
  2. Boer, C. de, & Brennecke, S. (2009). Media en Publiek. Amsterdam: Boom Lemma Uitgevers.
  3. Verhoeven, N. (2009) Wat is onderzoek? Amsterdam: Boom Lemma Uitgevers.

 

 



NIEUWSREDACTIE: ACTUALITEITENTOETS


 

 

Beoordeling betoog:

BETOOG

 



STAGE 1: 6 – V


 

 



ONDERZOEKSREDACTIE: 6 – V



OR



BUITENLANDREDACTIE: 6 – V