Over mij

Mijn naam is Esmée Janssen. In het kader van mijn opleiding aan de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek maak ik dit blog. Deze wordpress beslaat mijn tweede leerjaar, de verbreding. Rechtsboven kunt u op het menu klikken. Daaronder zijn de categorieën studieresultaten, vrije ruimte en reflectie te vinden. Veel leesplezier.

ej

Esmée Janssen
Cohort 2012
Studentnummer: 2178967
Tweede leerjaar, de verbreding

Reflectie

Voor alle overzichtelijkheid zal ik in deze zelfreflectie de beoordelingen en competenties bespreken en, in geval van onvoldoende, direct bespreken wat ik heb gedaan om deze competenties toch te bewijzen. Overigens zal ik onderaan de reflectie mijn studieroute kort weergeven, gezien dit een andere route is. De dik gedrukte P1 tot en met P6 geven aan op welke volgorde ik de projecten doorliep.

Het eerste project waaraan ik deelnam was de Nieuwsredactie (P1). De beoordeling die ik daarvoor kreeg was een vier. Een dikke onvoldoende dus. De feedback die ik kreeg luidde als volgt: “De kwaliteit van je journalistieke producten was echt nog niet goed genoeg. Berichten riepen vragen op, het bronnengebruik was te beperkt en je kon niet aannemelijk maken dat je voor sommige producties op pad was geweest. Voor een aantal onderdelen had je ook niets ingeleverd. Teamwork was redelijk, alleen was je kennis/inbreng wat betreft actualiteit dan weer onder de maat”, aldus de toelichting in de beoordeling. De competenties die ik dan met een onvoldoende afrondde waren verzamelen, selecteren, ordenen en reflecteren op maatschappelijke verschijnselen en ontwikkelingen. De nieuwsredactie viel mij zwaar. Ik was niet gewend aan het werken op een redactie en ik beleefde het project dan ook als saai, lang en eentonig. Toch besefte ik dat ik daar vooral zelf schuld aan was. De onderwerpen die wij als leerlingen mochten aandragen, kozen wij uiteraard zelf. Als ik mij meer enthousiast en actief had opgesteld had ik deze bijeenkomsten beter voor kunnen bereiden en uiteindelijk producten kunnen maken die ik echt leuk vond.

(Competenties onvoldoende: verzamelen, selecteren, ordenen en reflecteren op maatschappelijke ontwikkelingen.)

Tijdens mijn Stage 1 (P5) zag ik dat terug in de praktijk. Ik zocht onderwerpen die ik graag wilde uitwerken en had dan ook plezier in mijn werk. Verder besloot ik van de mogelijkheid gebruik te maken herkansingsstukken voor de nieuwsredactie aan te leveren die ik maakte tijdens mijn stage, bij het Limburgs Dagblad. Zo leverde ik vier stukken aan, namelijk het stuk over de nieuwe ontmoetingsplek in Meezenbroek, de nationale burendag in Hoensbroek, de grote spread waarin ik de studentenverenigingen in Heerlen in beeld bracht en het laatste stuk over stichting ‘Oopoeh’, een organisatie die dierenbezitters en ouderen met elkaar in contact brengt om zo oppas-afspraken te regelen en in het verlengde daarvan de eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan. De stukken werden tijdens het – eerste – verbredingsassessment met een voldoende beoordeeld en daarmee bleef alleen de actualiteitentoets nog open staan. Overigens herkanste ik tijdens mijn stage ook het betoog. Ik leverde een nieuw stuk in bij Jos Straathof, die mij met een voldoende beoordeelde. Toch bleven er, na mijn stage, nog een aantal competenties onvoldoende. Met een 6- van mijn praktijkbegeleider gaf Monique de Knegt mij de opdracht nog twee weken op de nieuwsredactie van school mee te lopen om de competenties reflecteren op het vak – dan wel in het kader van mijn stageverslag, verwerken en reflecteren op maatschappelijke ontwikkelingen te bewijzen. Dit was ook een goede maatstaaf voor mijzelf. Want hoe had ik mij in de tussentijd (vanaf de tijd dat ik zelf de nieuwsredactie volgde) verbeterd? Het bleek dat ik gegroeid was. Zo was de feedback die ik van mijn co’s kreeg erg positief. Ze noemde mij ‘de beste van de redactie’ en Monique de Knegt beoordeelde mij dan ook met een voldoende.

(De competenties die ik tijdens de nieuwsredactie met een onvoldoende afrondde, behaalde ik nu tijdens mijn Stage 1. Door middel van de aangeleverde herkansingsstukken, het betoog en de producten in het kader van mijn stage zelf.)

De Buitenlandredactie (P2) behaalde ik met een voldoende en vond ik overigens een van de leukste projecten van het tweede leerjaar. Zelf een onderwerp bedenken, op pad gaan (onderzoeken) en dit verder uitwerken dan enkel één achtergrondverhaal sprak mij erg aan. Ik reisde af naar Kreta (Griekenland) om daar te schrijven over de situatie van de straatdieren op het eiland. Daarvoor maakte ik een blog, die mijn begeleider (Roy Mevissen) kon bijhouden. Na afloop van mijn reis ging ik met mijn begeleider – zoals alle andere studenten – in gesprek. Zoals ook in de beoordeling staat, vertelde Roy Mevissen mij dat ik soms schreef als een activist in plaats van een journalist. Wij spraken af dat ik nog een stuk zou schrijven met een meer ‘onafhankelijke toon’. Toch was hij enthousiast over mijn product (blog) en zegt hij: “Waar ze enorm in uitblinkt: ze heeft op Kreta hard gewerkt. Heel veel berichten gepost. Ze heeft veel ondernomen, veel gezien en daarover gepubliceerd. Dat ze haar weg weet te vinden en dat kan vertalen naar verhalen, zegt veel over creativiteit”, aldus Mevissen.

Dat ik soms te ver doorschiet in mijn enthousiasme, en daardoor de activistische kant raak als ik schrijf over dieren, bleek ook tijdens de beoordeling van mijn vrije ruimte producties toen ik voor de eerste keer op verbredingsassessment ging. Ik maakte een tijdschrift over dierenwelzijn en een blog over het welzijn van wilde dieren in circussen. Zoals in mijn beoordeling van het assessment te lezen is; “Esmée wordt meegesleurd in haar eigen interesse en kan daardoor niet goed meer afstand nemen. Haar enthousiasme over bepaalde onderwerpen is zo groot, dat ze de doelgroep over het hoofd ziet”, aldus de toelichting in de beoordeling van het verbredingsassessment. Vandaar dat ik besloot mijn nieuwe vrije ruimte producties, zeer zeker bij mijzelf en mijn interesse in de buurt te houden, maar toch te kiezen voor, voor mij, wat minder gevoelige onderwerpen. Namelijk het stuk over de bezuinigingen op de Domussen van het Leger des Heils. Het, ook eens, positieve stuk over ‘het gat in de Parkstad’ Heerlen en (uiteraard een onderwerp wat ook dicht bij mijzelf staat) de journalistiek.

De eerste keer dat ik op Stage 1 ging, bij Dichtbij.nl in Eindhoven (P3), viel mij erg tegen. Tijdens het sollicitatiegesprek vertelde ik waar ik graag over schreef – dieren (in nood) – en werd mij beloofd dat ik (ook) over dit onderwerp mocht schrijven en daarvoor op pad mocht. De praktijk bleek anders. Natuurlijk kun je niet eisen dat je enkel over onderwerpen mag schrijven die je leuk vindt. Dat is totale onzin. Maar ook het werk op de redactie viel mij erg tegen. Zoals bekend is Dichtbij.nl een nieuwssite, in de praktijk betekende dat, dat ik als stagiaire van negen tot zes achter mijn laptop zat en enkel ANP berichten moest herschrijven en vervolgens op de site moest publiceren. De eerste week was erg teleurstellend. Gezien ik niet op pad mocht. Ik besloot niet te snel mijn conclusie te trekken en door te gaan. De tweede week viel mij opnieuw erg tegen en ik voerde daarover een gesprek met mijn praktijkbegeleider. Hij verzekerde mij dat, naarmate ik langer stage zou lopen, ik meer op pad mocht. De derde week was niet veel anders en mijn motivatie zakte snel weg, wat ook te merken was op stage. De vierde week had ik opnieuw een gesprek met mijn praktijkbegeleider en is de stage afgebroken.

Het project dat daarop volgde was de Mediaredactie (P4). Deze rondde ik af met een vier. Opnieuw op een competentie die al eerder aan bod kwam, reflecteren op het vak. “De kwaliteit die je deze periode hebt laten zien is te wisselend. Nu eens maak je serieus werk van voorbereidingen op lessen en producten, dan weer ben je te weinig aanwezig of niet scherp genoeg”, aldus Harmen Groenhart in de beoordeling. De conclusie die hij hier uit trok luidde als volgt: “Het kan hard klinken maar ik betwijfel of de journalistiek het geschikte vak voor je is. Dat komt met name door de weinig kritische houding die je laat zien tegenover informatiebronnen en de weinig zelfstandigheid en doordachte aanpak van een onderwerp. Het kan zeker zo zijn dat je daar nog in kunt groeien, maar vooralsnog is het wat twijfelachtig.” De verklaring, waarom mijn werk en deelname zo wisselend was, is volgens mijzelf dat ik mij in deze periode erg teleurgesteld voelde over mijn eigen resultaten. De nieuwsredactie ging niet goed en ook de stage verliep anders als gedacht. Toch kreeg ik ook positieve feedback op mijn tweede onderzoeksverslag. “Je hebt heel serieus werk gemaakt van het tweede onderzoeksverslag. Complimenten daarvoor, een ruimte voldoende! Goed leesbaar en helder van toon. Misschien dat de onderzoeksverslagen je beter liggen dan journalistieke artikelen”, zo lichtte Groenhart toe in de beoordeling. Ter reparatie kreeg ik de opdracht twee journalistieke producten aan te leveren – die met een voldoende beoordeeld zijn – en het eerste onderzoeksverslag aan te passen. Die ik aandroeg tijdens het eerste verbredingsassessment. Helaas was de tweede versie van dit eerste onderzoeksverslag tijdens het assessment nog niet goed voldoende. “Er is een stijgende lijn zichtbaar in haar verslag maar het kan de eindstreep niet halen”, aldus de toelichting in de beoordeling. Mondeling kreeg ik uiteraard wat tips mee. Namelijk: beschrijf een aantal zaken duidelijker zodat de lezer weet hoe je het bedoelt. Ik hoop dan ook dat jullie, de assessoren van dit assessment, mijn verslag duidelijk geschreven vinden.

(Competenties in eerste instantie onvoldoende: reflecteren op het vak. Deze behaalde ik door middel van de twee extra stukken alsnog met een voldoende, zoals in de beoordeling van het journalistiek dossier staat.)

Vervolgens, deels tijdens de herkansing van mijn Stage 1, nam ik deel aan de Onderzoeksredactie (P6). Deze rondde ik af met een voldoende. In de toelichting zegt Jos Straathof onder andere: “Esmée heeft hard gewerkt in dit project. Ze is in verband met stage later begonnen en heeft voor het blok Misdaad alleen gewerkt.”

Gaandeweg groeide ik in mijn presteren. De competenties die ik tijdens vorige redacties onvoldoende bezat haalde ik in de loop van mijn studieroute op. Zoals de dikgedrukte tekst aangeeft. In het begin van deze reflectie gaf ik al aan dat ik een andere studieroute doorliep. Zo moest ik mijn Stage 1 herkansen en ook de onderzoeksredactie, gezien mijn afwezigheid in eerste instantie. De conclusie kan dan ook getrokken worden dat ik een groei heb doorgemaakt tijdens het tweede leerjaar. Ik verloor mijn motivatie maar ik herpakte mij en zette mijn schouders er onder. Verder besloot ik, uiteraard, in het derde jaar verder te werken aan mijn competenties. Vandaar dat ik mij inschreef voor (o.a.) het project ‘Schrijven Lang’. Deze behaalde ik met een voldoende. Ook mijn begeleider merkte dat ik tijdens dit project verder groeide. Dit kunt u overigens ook lezen in de beoordeling van Schrijven Lang, die ik ter onderbouwing onderaan dit bericht voeg.

Studieroute

Nieuwsredactie (P1)
Buitenlandredactie (P2)
Eerste Stage 1, Dichtbij.nl (P3)
Mediaredactie (P4)
Herkansing Stage 1, Limburgs Dagblad (P5)
Onderzoeksredactie (P6)

Beoordeling Schrijven Lang:

 

Product 1, Krant

‘Vertrekpunt blijft de cliënt en niet de organisatie’

„Als er bezuinigd wordt moet je kijken naar de mogelijkheden en het niet hebben over een doemsituatie. We wisten al drie jaar geleden dat er zou worden gekort. We zijn toen meteen van start gegaan met het nemen van de goede koers”, vertelt manager van het Leger des Heils Will Linssen. „Vertrekpunt is en blijft de cliënt en niet de organisatie.” Bedrijfstechnisch heeft de organisatie misschien wel ‘door het eigen been geschoten’ maar voor de cliënten is de nieuwe aanpak positief.

door: Esmée Janssen

De bezuinigingen van vijf procent op de Domushuizen, in Heerlen en Maastricht, zullen geen invloed hebben op de bezetting van de opvanghuizen. Wel wordt er sinds een half jaar gewerkt met de zogenaamde ‘flexpool’. Dit is een soort losse medewerkers groep. „Dit zijn goed gekwalificeerde mensen, het is geen gaarbak”, zegt directeur van de organisatie Hans-Martin Don. „Het is een flexibele schil medewerkers met tijdelijke contracten, het gaat hier dus niet om uitzendkrachten.” Door de bezuinigingen zullen er geen vaste medewerkers worden ontslagen, „De vasten blijven.” Toch zal de organisatie een paar mensen gedag moeten zeggen. Een aantal tijdelijke contracten zullen niet verlengd worden. „Dan moeten we ook wel eens afscheid nemen van hele goede werknemers die soms al een hele tijd in dienst zijn, dat is soms pijnlijk.”

Toch probeert de organisatie ‘zo lang en goed mogelijk’ mensen in dienst te houden. Verder hoeft het niet zo te zijn dat er alleen medewerkers van de opvanghuizen verdwijnen. „Het kan ook zo zijn dat er onder de afdelingshoofden wat mensen weggaan.” Voor grote problemen zullen de bezuinigingen overigens niet zorgen, „We zijn er op voorbereid.” De organisatie probeert wisselende gezichten zoveel mogelijk te voorkomen in de Domussen. Dat zou immers zorgen voor onrust bij de cliënten. Dat was dan ook een van de redenen dat het Leger des Heils een half jaar geleden gestopt is met het inzetten van uitzendkrachten. De interne flexpool is hiervoor de oplossing. „Op deze manier houd je zoveel mogelijk dezelfde gezichten in de Domushuizen”, vertelt Linssen. „Mensen uit deze groep medewerkers zijn allemaal bekend bij de cliënten”, voegt staffunctionaris communicatie en kwaliteit Ellen van Gennip aan het verhaal van de manager toe. Begeleiders van de cliënten zijn overigens altijd vaste medewerkers, „Die komen niet uit de flexpool”, vertelt Linssen.

LDH
(Fotobron: https://www.flickr.com/search/?text=leger%20des%20heils)

Ongeveer een keer per twee maanden wordt er iemand ingezet uit deze groep flexibele medewerkers. „Als iemand met zwangerschapsverlof is wordt er ook iemand ingezet van deze groep.” Een andere reden dat de organisatie niet meer werkt met uitzendkrachten is omdat deze gewoon te duur zijn. Wanneer iemand zich pas het ’s ochtends ziek meldt komt het wel eens voor dat het Leger des Heils dat gat niet meer op tijd kan opvullen. „Dan werken we met een minimale bezetting”, vertelt de manager. Wel zorgt de organisatie er voor dat ze ‘boven de norm hangen’. Bij het bepalen van deze norm wordt gekeken naar de zorgbehoefte van cliënten in het betreffende Domushuis. „Je ziet vaak dat de cliënten veel meer zelfstandig kunnen dan wij eigenlijk dachten”, vertelt Linssen. Ook worden de werkzaamheden door de medewerkers die er wel zijn in zo’n geval goed opgevangen, stelt de directeur. Naast de veranderingen op de werkvloer stimuleert het Leger des Heils dat cliënten weer zelfstandig gaan wonen. Afgelopen jaar gingen zo’n 35 Domusbezoekers op zichzelf, dan wel in een woning die op naam staat van het Leger des Heils.  „Als ze een woning op eigen naam zouden nemen, zouden ze het budget om hun woning in te richten kwijtraken”, legt Linssen uit.

Het lijkt een gewaagd maar ook een geslaagd project. „Bij bijna alle cliënten gaat het goed”, laat de directeur weten. „Slechts een enkeling heeft moeite maar dit komt vooral door de eenzaamheid of de beïnvloeding door het criminele circuit”, voegt van Gennip daaraan toe. Het stimuleren van zelfstandig wonen gebeurt allemaal vanuit de herstel gerichte gedachte. De begeleiders van de cliënten blijven gewoon 24 uur per dag beschikbaar en mocht het niet goed gaan, dan zijn er altijd nog bedden vrij in de Domussen. „Dat is tot nu toe pas één keer voorgekomen. Toen iemand zijn been gebroken had nadat hij van de trap was gevallen thuis”, vertelt Linssen. De manager is trots op de cliënten, „Na bijna dertig jaar wonen deze mensen weer op zichzelf.” Het plaatsen van de cliënten in deze woningen gebeurt niet omdat er bezuinigd moet worden. „Het is zelfs duurder, we moeten deze onderkomens immers betalen.” Uiteindelijk is het wel een besparing, aangezien de meeste zelfstandig wonende uiteindelijk een woning op eigen naam, en daarmee op eigen kosten, zullen nemen. Een win-win-situatie volgens het Leger des Heils. „Eerst hadden we een hoop bedden waar mensen niet meer vandaan kwamen. Nu wonen ze zelfstandig.”

Doelgroep
Het artikel is geschreven voor mensen van alle leeftijden uit Parkstad. De bezuinigingen die worden gedaan vinden plaats in Heerlen en Maastricht. Vanzelfsprekend is de doelgroep op de hoogte van het aantal daklozen en verslaafden in haar regio. Zo heeft Heerlen, maar ook Maastricht, een lange geschiedenis als het gaat over deze problematiek. Wie in de omgeving van Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Brunssum, Nuth, Voerendaal, Simpelveld en Onderbanken woont – en misschien wel is opgegroeid – kent het straatbeeld en hoogst waarschijnlijk ook de cliënten waarover geschreven wordt. De Limburgse gemeente is een hechte en betrokken groep. Zij blijven dan ook graag op de hoogte van regionaal nieuws. Al helemaal wanneer dit nieuws invloed heeft op de gemeenten. Dit artikel zou bijvoorbeeld geplaatst kunnen worden in het regiokatern van Dagblad de Limburger.

Product 2, Online

Verpaupering van Heerlen zorgt voor eigen identiteit

Het zogenaamde ‘gat in de Parkstad’, Heerlen, komt veelal negatief in het nieuws. Zo zou de stad gegijzeld worden door de leegstand en krijgt het Limburgse centrum altijd de eerste prijs als het gaat om ‘de armste stad van Nederland’. Een vertekend beeld van de werkelijkheid, zo stelt Maurice Huppertz, beleidsmedewerker Economie van de gemeente Heerlen. Het verdwijnen van de ‘oude formules’ biedt namelijk een podium voor nieuwe initiatiefnemers.

door: Esmée Janssen

“Het is opvallend dat onder deze nieuwe initiatiefnemers een behoorlijk aantal hoger opgeleide jongeren zit. Zij hebben er blijkbaar voor gekozen om niet achter een baan in de Randstad aan te gaan, maar om hun droom hier te verwezenlijken”, zegt Maurice Huppertz. “In onze gemeente spelen tal van initiatieven een rol, waaronder Carbon6, Creative Corridor, Betahuis en The Grand”. Dit is slechts een greep uit de vele nieuwe projecten. “Denk ook aan Stichting Streetwise die zorgt voor nieuw ondernemerschap”, aldus de beleidsmedewerker. De stichting bemiddelt tussen startende ondernemers en vastgoedeigenaren. De nieuwe stroom ondernemers kan op die manier onder gunstige voorwaarden huurovereenkomsten aangaan. “Dankzij Streetwise en Ruimte voor Ondernemerschap hebben wij een behoorlijk aantal ondernemers kunnen aantrekken. Zij zorgen voor een ‘couleur locale’ in de stad.” Voorbeelden van nieuwe namen in Heerlen zijn: Coasters, Salon Bon Bon, YV-KE, Puck Interieur, BAM Brood en Meer en De Eetwinkel.

supera_heerlenmurals
Het kunstwerk van Collin van de Sluijs  aan de Honigmannstraat in Heerlen. (Fotobron: http://www.heerlenmurals.nl/nl/)

Daar blijft het niet bij. Op dit moment wordt er gewerkt aan de Smart Services Campus. “De campus ontwikkelt hoogwaardige producten en diensten die spin-offs, start-ups en andere samenwerkingsverbanden naar de markt brengt. Deze campus wordt gerealiseerd in een kantoorgebouw dat lange tijd heeft leeggestaan: het GKII-gebouw van ABP.” Deze ‘creatieve bedrijvigheid’ zorgt voor nieuw leven in de stad. Natuurlijk kan de gemeente niet om de verloedering heen, die de laatste jaren de stad teisterde. “Wij zijn erg verheugd dat een verpauperd gedeelte van de binnenstad op dit moment wordt opgeknapt. Het pand De Bongerd, waar vroeger Vroom & Dreesmann (V&D) gevestigd was, heeft jarenlang grotendeels leeg gestaan en maakte een slechte indruk. Dit pand wordt grondig opgeknapt en gaat dit jaar onderdak bieden aan de winkelketen TK Maxx.”

Het verdwijnen van een aantal winkels en kantoren in de stad biedt volgens Huppertz ruimte voor creativiteit en moet niet worden gezien als een verslechtering. “Steden kunnen hierdoor juist hun eigen identiteit terugkrijgen.” Naast het vullen van de lege panden moet er gesloopt worden. Zo stelt Roel Leers, fractievoorzitter van de lokale politieke partij Hart-Leers, op de website. “Ruimte te over als probleem, van veel te veel hebben, oplossen door wegslopen kan het keerpunt betekenen waarnaar de stad op zoek is. Dat is meer dan de moeite waard”, zo luidt de mening van de politicus. “Waarom niet winkelcentrum De Klomp en het aanpalende Arcus gebouw uit zijn lijden verlossen en als ruime groene plek naar de stadsrand terugbrengen”, voegt Leers aan zijn betoog toe.

Maria.png
De immens grote muurschildering aan de Kempkensweg in Heerlen van de Chileense kunstenaar Inti.

Naast renovaties, het aantrekken van nieuwe ondernemers en het slopen van panden wordt Heerlen gekleurd door haar muurschilderingen. De zogenaamde ‘murals‘ geven de stad een fris uiterlijk. Het, bijna letterlijk, levend schilderen van de stad is een initiatief van Stichting Street Art. Kunstenaren uit de hele wereld strijken hun verfkwasten neer op de Limburgse muren. Nieuw is het verschijnsel niet, begin jaren 70 begon de organisatie al met haar schilderingen. “Door kunst openbaar en publiek vrij toegankelijk te maken, kan men het beeld van de maatschappij veranderen”, aldus Street Art via haar website. In Heerlen zijn de murals wel relatief nieuw. De welbekende panterkop bij de Coriovallumstraat was een van de eerste kunstwerken, gemaakt door de Afrikaanse spray-painter DALeast. Nu telt de stad zo’n twintig kunstwerken, waaronder het werk van de Chileense Inti. Waarop de levensgrote gesluierde vrouw is afgebeeld. “Heerlen is voor het etaleren van public art een ideale stad, want een stad in transitie zit niet op zijn lauweren, maar zoekt hedendaagse oplossingen waarmee men zich kan identificeren, inspireren en daarmee ook een nieuwe betekenis voor haar inwoners en bezoekers creëren”, stelt de stichting.

James Jetlag

Volgens de Heerlense kunstenaar James Jetlag gaat het maken van murals verder dan enkel het opfrissen van de stad. “Deze schilderingen kunnen mensen wakker schudden. De bevolking laten zien wat er allemaal mogelijk is”, aldus Jetlag. Via het kleurstuk van de breakdancer, aan de Schinkelstraat, probeert hij deze boodschap over te brengen. “Ik heb wel een deur open moeten gooien. Zes jaar lang ben ik bezig geweest om de gemeente ervan te overtuigen dat het maken van openbare kunst in de stad nieuw leven betekent.” De in Heerlen geboren en getogen James kon dan ook niet wachten tot dat hij zijn verfmateriaal uit de kast kon pakken. “Door de jaren heen zag ik de stad grijs worden. Ik moest iets doen. Samen met de andere painters geef ik de mooie stad haar ziel terug.”

Doelgroep
Naast de regionale inwoners, ondernemers en initiatiefnemers kan dit artikel voor een nog bredere doelgroep interessant zijn. Namelijk ondernemers die niet uit de regio komen of studenten die wegens hun opleiding de regio verlaten hebben en mogelijk in de toekomst werk zoeken of een winkeltje openen in een andere stad. Dat juist dit vergeten, en zogenaamd ‘verpauperde’ Limburgse centrum, nu eens positief in beeld wordt gebracht – en aandacht wordt besteedt aan de groei van het centrum – is juist voor deze bredere doelgroep van belang. Want er is nog wel degelijk activiteit en groei in Heerlen. Denk daarnaast aan de mogelijkheden die de veranderingen (de nog lege panden en de goede huurovereenkomsten waarover in het artikel gesproken wordt) kunnen betekenen voor nieuwe ondernemers. Via dit artikel worden zij op de hoogte gebracht. Vandaar dat voor dit stuk gekozen is voor het medium online en niet voor een (regionale) krant. Verder maakt dit medium het mogelijk snel en gemakkelijk door te klikken naar de nieuwe winkels, een video van de murals en natuurlijk de initiatiefnemers en stichtingen.

Product 3, Online

Kansen op een baan in de journalistiek laag maar nog altijd mogelijk

Een even groot schandaal als het bankenschandaal. Dat is wat de opleiding Journalistiek volgens sommigen is. Al jaren krimpt de arbeidsmarkt van verslaggevers, redacteuren, fotograven en cameramensen. Toch studeren jaarlijks honderden journalistiek studenten af. De stelling dat journalistieke opleidingen van de baan moeten, dat is onzin. “Ze moeten zelf zorgen dat ze aan de bak komen”, stelt Yolan Witterholt schrijver van het boek De journalist als ZZP’er,  in een interview met NWSNEXT. Kans op een baan is er namelijk nog altijd.

door: Esmée Janssen

Of deze nieuwe stroom werkzoekenden ook daadwerkelijk aan de bak kunnen, dat is nog maar de vraag. “Het is eenvoudig weg om je voor te schamen, 77 universiteiten die geld binnen harken voor cursussen journalistiek, terwijl de kansen om daarin een baan te vinden met de dag kleiner worden”, zo stelt de Engelse journalist Nick Cohen in een artikel van 16 maart via Standpoint. “Nick Cohen schrijft hier over de leegte van creatieve en media-opleidingen in het Verenigd Koninkrijk maar in Nederland is exact hetzelfde aan de hand, als het niet erger is”, legt Bert Brussen uit in een artikel op The Post Online. “Een complete generatie is er ingetrapt en zal straks moeten toezien hoe hun diploma niets meer waard is”, voegt hij aan zijn betoog toe.

Crisis

Volgens Ronald Dekker, arbeids­econoom van de Universiteit van Tilburg, mocht de journalistieke wereld niet meegenieten van de crisis overwinning in 2014. “Het ziet ernaar uit dat we het ergste op de arbeidsmarkt gehad hebben. Het is niet één zwaluw waar we dat op baseren; er zijn genoeg tekenen voor. Maar voor de journalistiek is dat niet het geval”, aldus Dekker in een interview met Villamedia. “Er is weinig vraag naar journalisten. Tegelijkertijd zijn er nog hele volksstammen die graag met een kladblok en pen op pad willen. Die verhouding was al scheef en is de laatste zes jaar alleen nog maar schever geworden.” Uit onderzoek van Villamedia bleek verder dat het aantal werkzoekende journalisten in 2013 een piek bereikte, het jaar dat daarop volgde was niet veel beter. “In de afgelopen negen jaar stonden er niet eerder zoveel werkzoekende journalisten bij het UWV ingeschreven als nu. Hoewel de crisis op zijn retour lijkt, is dat voor de journalistiek verre van het geval”, aldus het blad. “Niet alleen de werkloosheid onder journalisten is historisch hoog, het aantal vacatures is eveneens historisch laag.”

RD
(Ronald Dekker / Fotobron: http://www.ronalddekker.nl/)

Advies

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) ontfermt zich ook over de problematiek en gaat dat jaar (2013) bij 26 redacties langs om de positie van jonge journalisten op de arbeidsmarkt te onderzoeken. “Over de journalistieke arbeidsmarkt horen we de laatste jaren weinig positieve geluiden en de honderden jonge journalisten die jaarlijks afstuderen aan de opleidingen Journalistiek, schatten hun kansen laag in. Het nog jonge bestuur van Vers in de Pers (ViP), zag hierin de taak weggelegd om te onderzoeken of dit ook echt zo is”, aldus het bestuur via haar rapport. In het onderzoeksrapport wordt een opsomming gegeven van adviezen en mogelijkheden die de kans op een baan zouden vergroten. Daarnaast richt ViP zich ook op de docenten aan de verschillende journalistieke opleidingen in het land.

Tips

ViP geeft in haar rapport zes tips die jonge journalisten sneller aan een baan moeten helpen. Of dat nu bij een omroep, dagblad, tijdschrift of nieuwssite is. Ten eerste zou een goede stage het halve werk zijn. “Voor veel starters is een stage de opstap naar een eerste baan”, aldus het bestuur in haar rapport. Daarnaast is het belangrijk dat afgestudeerden een ‘goede basis’ hebben. “Nieuwsgierigheid, ondernemingszin, enthousiasme en een algemene kennis van de Nederlandse maatschappij zijn de belangrijkste vereisten voor een startende journalist. Daarnaast moet een starter goed kunnen schrijven en beschikken over een journalistieke drive en de nodige dosis talent.” De derde tip luidt als volgt: “Werk snel maar zorgvuldig.” Die snelheid is volgens Vers in de Pers het meest genoemde punt waarop je je als jongere kunt onderscheiden van ‘de generatie die al langer meedraait’. De toekomstige journalist moet verder de traditionele media los laten. “De redacties geven aan dat jonge journalisten vaak geoefender zijn in het gebruik van nieuwe en sociale media. Doe daar je voordeel mee en aarzel niet om voor een internetredactie te werken. Want uit onze enquêtes blijkt dat deze, van alle redacties die wij bezochten, het hardst groeien.” Daarnaast een specialisatie een must. Denk daarbij aan een vreemde taal of het specialiseren in datajournalistiek, apps en graphics. En als laatste tip, weet hoe je jezelf moet verkopen. “Met uitzicht op een veranderende markt waarin steeds meer freelancers werken, is het noodzakelijk om jezelf goed te presenteren.”

Dynamisch

Uit het rapport blijkt verder dat HBO-studenten er over het algemeen beter vanaf komen dan universitaire studenten. Een op de drie redacties geeft de voorkeur aan HBO-studenten, tweederde van de redacties werkt liever met wo-studenten maar een mix tussen beide lijkt het meest ideaal. “Volgens de redacteuren zijn deze studenten praktischer opgeleid en verstaan ze het ‘journalistieke ambacht’ beter”, aldus ViP in haar rapport. “De journalisten van de universiteit zijn over het algemeen intellectueler, maar die van het hbo kun je vaak direct de straat opsturen en zijn dynamischer. De studenten van de universiteit moet je achter de broek zitten om iemand te bellen. Ik wil graag beide op mijn redactie”, voegt Christiaan Ruesink, hoofdredacteur Algemeen Dagblad, aan het verhaal toe. Volgens de redacteuren is er overigens nog wel wat huiswerk te doen voor de journalistieke opleidingen. Namelijk: meer aandacht voor de basisvaardigheden, zoals een goed stuk kunnen schrijven, telefonisch interviewen of het voeren van een één-op-één gesprek en online vaardigheden, maar ook taalvaardigheid. “Het niveau van het Nederlands is erg zorgelijk”, stelt hoofdredacteur van  NOS Nieuws, Marcel Gelauff, in het rapport. Verder zijn presenteren, creativiteit en algemene kennis aandachtspunten.

Groei internetredacties

Toch zijn er nog kansen op een baan volgens ViP. De verwachtingen van 2018 zijn, volgens het bestuur, dat enkel internetredacties zullen groeien. Daar moeten afgestudeerden zich dan ook op richten. Zo geeft Dichtbij.nl in het rapport aan rond 2018 veertig extra mensen in dienst te hebben. Nu.nl, verwacht ook een stijging maar durft geen concrete inschatting te maken. Voor krantenliefhebbers ziet de toekomst niet rooskleurig uit, toch kun je je als jonge afgestudeerde (vrouw) aan een sollicitatie wagen. “Het Algemeen Dagblad hoopt op een vrouwelijkere en jongere redactie”, aldus het bestuur van Vers in de Pers.

W
(Yolan Witterholt / Fotobron: https://twitter.com/taalgewoon)

Freelancen

Naast het zoeken van een baan bij een internetredactie, is freelancen een mogelijkheid. Yolan Witterholt, journalist, eindredacteur, schrijver van vijf boeken en docent aan de School voor de Journalistiek in Utrecht, ziet freelancen zelfs als een oplossing. “Het is niet de enige oplossing, maar beginnen als freelancer is tegenwoordig de normale weg”, legt Witterholt uit in een interview met NWSNEXT. Dat het geven van journalistieke opleidingen een schandaal zou zijn, daar is Witterholt het absoluut niet mee eens. “Ze moeten zelf zorgen dat ze aan de bak komen. Dat kan door goede prestaties te leveren of door de commerciële kant op te gaan. Ik vind het niet de verantwoordelijkheid van de opleiding dat iemand direct aan werk komt.” Toch kan ook zij niet om de slechte arbeidsomstandigheden van afgestudeerden heen. Sinds 2015 leidt deze toekomstverwachting zelfs tot minder aanmeldingen. “Sinds de oprichting van de School voor de Journalistiek in Tilburg is het aantal aanmeldingen niet zo laag geweest.”

Studieperspectief

Voordat studenten zich inschrijven voor een journalistieke school of opleiding kunnen zij de kans op een baan opvragen via internet. Op StudiePerspectief worden cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in beeld gebracht. De uitkomsten zijn niet erg positief en daarmee zijn de kansen op een baan in de journalistieke arbeidsmarkt nog altijd laag. Toch is het mogelijk. Althans; als je gemotiveerd en onderscheidend genoeg bent. Met het minimale aantal vacatures en het hoge aantal afgestudeerden zal je er als gediplomeerd journalistiek student genoeg voor over moeten hebben – en in huis hebben – om boven de massa uit te stijgen.

Opleidingen moeten veranderen

Volgens Bart Brouwers, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), moeten studenten zich vooral aan blijven melden voor journalistieke opleidingen. “De arbeidsmarkt kan volgend jaar weer heel anders zijn. Al helemaal over vier á vijf jaar wanneer deze nieuwe leerlingen klaar zijn met hun studie”, aldus Brouwers. Wel moeten de opleidingen inhoudelijk veranderen. “De studies moeten zich van elkaar onderscheiden. Elke hogeschool een eigen specialisatie bijvoorbeeld.” Juist dan worden, mensen die zich inschrijven voor een opleiding, gedwongen al vroeg een keuze te maken. Denkt de hoogleraar. “Daarmee gaat niet alleen de kwaliteit van de opleidingen omhoog maar ook het niveau van de afgestudeerde. In het verlengde daarvan zorgen scholen op die manier voor een kwalitatief betere journalistieke arbeidsmarkt.”

Bekijk hier onder ook de video van (oud) journalistiek studenten aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE)

Doelgroep
De doelgroep van dit artikel zijn studenten journalistiek die zich goed voor willen bereiden op de arbeidsmarkt die hen te wachten staat. Vandaar dat in dit stuk niet alleen reacties aan bod komen van mogelijke werkgevers maar ook concrete tips voor de aankomend journalisten. Ook studenten die graag een journalistieke opleiding willen volgen zijn de doelgroep. Vanzelfsprekend willen zij op de hoogte worden gesteld van de kans dat zij daadwerkelijk een baan vinden en hoe de journalistieke arbeidsmarkt er op dit moment uitziet – en in het verlengde daarvan wat dit voor hun betekent. Denk aan extra inzet, jezelf kunnen onderscheiden en verkopen en dergelijke, maar ook het feit dat zij hoogst waarschijnlijk na hun studie als freelancer moeten beginnen. Vandaar dat in dit stuk ook StudiePerspectief aan bod komt.

Innovatief idee (6 – V) inclusief extra uitwerking

Young Capital, een (045)-netwerk

Met het oog op de bedreiging van de regionale journalistiek, waar iedereen het de laatste tijd over lijkt te hebben, moet de journalistiek van de toekomst juist wel haar mogelijkheden op dit vlak benutten. Regionale journalistiek heeft nog wel degelijk een toekomst! Met een goede aanpak, gericht op een gezamenlijk belang, kunnen journalisten júist de regionale journalistiek weer een boost geven. Hoe? Een nieuw soort platform. Alleen voor een bepaalde regio en haar inwoners. En juist die inwoners zijn van groot belang.

Hoe ziet dat idee er uit?

De redactieleden fungeren slechts als ‘community managers’. De inwoners maken de inhoud, de redactieleden selecteren, controleren en geven duiding. Ook zorgt de redactie voor de balans tussen het aantal berichten van partijen. De belangrijke journalistieke waarden zoals objectiviteit en hoor en wederhoor blijven daardoor gewoon ‘in goede handen’. Vervolgens worden de artikelen aangevuld door extra vragen die gesteld kunnen worden, feiten, correcties en alternatieven of reacties van andere partijen.

Op deze manier bevorder je de relatie die de inwoners van een bepaalde regio hebben met het platform. Je betrekt ze, daagt ze uit, informeert ze en entertaint ze misschien ook wel een beetje. Door deze manier van journalistiek aan de slag zijn wordt er een ‘nieuwe manier van waarheidsvinding’ gecreëerd. Het meer toegankelijk en steeds meer openbaar worden van de informatie door allerlei partijen hoeft daardoor niet langer als een bedreiging te worden gezien maar juist als de kracht van het medium.

Wat is er vernieuwend?

In de veronderstelling dat de regionale journalistiek in gevaar is zou je kunnen stellen dat deze nieuwe ‘denkwijze’ en manier van verhalen maken juist de plaatselijke berichtgeving weer erg leuk en interessant maakt voor de gebruikers. Ze hoeven nu namelijk niet meer af te wachten en vervolgens te accepteren wat wij, als journalisten, ze voorschotelen maar maken nu zelf deel uit (zelfs een grote rol) van het productieproces. De verbondenheid met het nieuws en de gebeurtenissen in de regio worden daarmee vergroot, en daarmee wordt ook het belang van het nieuwe platform ‘Young Capital’ vergroot wat de kans op succes weer een tikkeltje opkrikt.

Waarom kan het idee succesvol zijn?

Verschillende partijen kunnen belang hebben bij het informatie verschaffen via het nieuwe platform. Niet alleen inwoners van de regio, ook andere partijen in de regio. Denk aan bedrijven, winkels of misschien wel het dierenasiel. Al deze partijen mogen op het platform informatie verspreiden. Wel eerst gecontroleerd door de redactie. Deze partijen kun je ook een bepaalde ruimte per maand aanbieden – tegen betaling.

Deskundige feedback

Uiteraard heb ik een deskundige namelijk, Marielle Houben, laten reageren op mijn idee. Marielle Houben is een communicatie wetenschapper met ruim twintig jaar ervaring als beleids-, organisatie- en communicatieadviseur binnen de overheid en de gezondheidszorg. Verder heeft zij ervaring met strategische communicatievraagstukken zoals het ontwikkelen van een communicatie beleidsplan, het opzetten van een communicatiestructuur en woordvoerderschap voor de media.

Wat zegt zij over het idee?

“Op dit moment laat de journalist grote kansen liggen. Het vak van de journalist heeft regionaal en lokaal nog wel degelijk toekomst. Het idee is vernieuwend in die zin dat het een nieuwe denkwijze introduceert. De regionale journalistiek kan daardoor een boost krijgen. Het traditionele model gebaseerd op informatie als ‘we write, you read’ is achterhaald. Young Capital zorgt voor een nieuwe rolverdeling”, aldus Houben.

Verder onderzoek

Met het oog op de bedreiging van de regionale journalistiek, zoals eerder aan bod kwam, moet de journalistiek van de toekomst juist wel haar mogelijkheden op dit vlak benutten en niet opgaan in de ‘nationale massa’. Door het nieuwe soort platform (‘Young Capital’) vergroot je de betrokkenheid tussen lezers en daarmee de belangstelling van het medium. Door de burgerjournalistiek daar optimaal voor in te schakelen creëer je opnieuw een enthousiast lezersbestand. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat er zonder journalistieke controlepost direct berichten op het platform kunnen worden geplaatst, vandaar dat journalisten nu de taak vervullen van ‘community managers’ zoals u eerder in het plan las.

Kritiek

De burgerjournalistiek, nieuws dat buiten de gevestigde media is verzameld, geschreven en gepubliceerd door burgers, wordt volgens vak-journalisten een steeds groter gevaar voor de traditionele journalistiek. De ‘nieuwe media’ (sociale netwerken, blogs, foto/videosites etc.) en het voor iedereen toegankelijke internet maken het voor iedereen mogelijk om snel nieuws te plaatsen. Denk aan de burgerjournalistiek over wereldgebeurtenissen tijdens de Arabische Lente, de Occupybeweging, de Protesten in Turkije in 2013, de Aardbeving Haïti 2010 en Euromaidan in Oekraïne (2014). Professionele journalisten vinden vaak dat deze vorm van journalistiek te ongeregeld, subjectief, amateuristisch en onsamenhangend is met betrekking tot de kwaliteit en het bereik. Toch zijn er ook journalisten die de nieuwe mogelijkheden omarmen.

Zo plaatste Petra ter Doest op 8 januari (2016) een bericht op De Nieuwe Reporter onder de titel ‘Bij welke nieuwe journalistieke stroming hoor jij?’ om meer uitleg te geven over de verschillende vormen van journalistiek anno 2016. (Klik op de link om het gehele artikel te lezen: http://www.denieuwereporter.nl/2016/01/bij-welke-journalistieke-stroming-hoor-jij/). In het artikel zet Doest niet alleen de ‘stromingen’ op een rijtje, zij kaart ook de discussie over het doel van de journalistiek aan en belicht ter onderbouwing de positieve aspecten van de actieve ‘burgerjournalisten’. Zo zegt zij: “Op plekken waar journalisten niet (langer) komen, kunnen burgers zelf onderzoek doen en verslag uitbrengen. Als je internationaal kijkt, kun je je niet aan de indruk onttrekken dat de burgerjournalistiek gaten van belang probeert te vullen.”

Journalistieke taakvervulling verandert

Zoals ook bij ‘Young Capital’ het geval is, bespreekt Petra ter Doest de veranderende taken van de journalist. “In een wereld met veel meer informatie dan mensen aankunnen, is het aan de journalistiek om voor overzicht te zorgen. Op basis van kennis en ervaring kunnen specialisten voor hun lezers relevante informatie selecteren en op een rij zetten. Deze rol is net zo belangrijk als die van de oorspronkelijke verslaggever,” aldus Doest. In het nieuwe 045-platform Young Capital wordt deze nieuwe rol aangeduid als ‘community managers’ (inwoners van de regio maken de inhoud, journalisten selecteren, controleren, zorgen voor hoor en wederhoor en geven duiding).

Aanhangers burgerjournalistiek

In het artikel ‘De burger als verslaggever en hoe journalisten daar op reageren’ op De Nieuwe Reporter (8 juni 2015) veegt Alexander Pleijter de vloer met de kritiek op de burgerjournalistiek. (Klik op de link voor het volledige artikel: http://www.toekomstvandejournalistiek.nl/2015/06/de-burger-als-verslaggever-en-hoe-journalisten-daar-op-reageren/#sthash.VtbJh2JV.dpuf). “Er zijn journalisten die er niks van moeten hebben dat amateurs zich bezighouden met nieuws. En die witheet worden als dit wordt aangeduid met de term ‘burgerjournalistiek’. Zij menen: journalistiek is een vak, niet zomaar iedereen kan aan journalistiek doen”, aldus Pleijter. Verder bespreekt hij een stuk, van het Eindhovens Dagblad van Mario Bouwmans (chef van de stads- en streekredactie Helmond), waarin Bouwmans schrijft over een vrouw die hij foto’s zag maken van iemand die zelfmoord had gepleegd door voor een trein te springen. “Hij snapt er niks van en schrijft: ‘Wie wil dit nou zien, in detail vastleggen en wellicht verspreiden?’ En vervolgens: ‘De professionele journalistiek niet, die trekt grenzen. Redacties wikken en wegen over wat we kunnen melden en laten zien. Dat gebeurt op goede gronden, niet in de laatste plaats ook uit piëteit met de nabestaanden. Voor hen is de werkelijkheid al erg genoeg, die hoeft niet ook nog rond getwitterd te worden.’ Een stereotiepe reactie van professionele journalisten: wij houden ons aan de beroepsethiek, wij hebben ethische grenzen, wij publiceren niet zomaar iets. Ik zal niet beweren dat redacties niet wikken en wegen, maar het is wel een heel sereen beeld dat Bouwmans hier schetst van de professionele journalistiek. Want laten we wel wezen, ook professionele journalisten maken foto’s van bebloede slachtoffers en daders. En die worden ook gepubliceerd door professionele media”, zo stelt Pleijter.

Wie ging ‘Young Capital’ voor?

Het burgerjournalistiek platform ‘Happenex!’ ging in 2010 van start. “Het werkt volgens het steeds populairder wordende principe van het uitwisselen van hyperlokaal nieuws. Iedereen kan zich aanmelden, een profiel aanmaken en vervolgens nieuws publiceren op de website.  Zo moet Happenex! uitgroeien tot een immense verzameling hyperlokale nieuwtjes die gepresenteerd worden op een landkaart. Zo zou je snel moeten kunnen zien waar zich welk nieuws heeft afgespeeld”, zo legt Alexander Pleijter uit op zijn blog ‘Toekomst van de journalistiek’ op 30 maart 2010. (Klik voor het gehele artikel op de link: http://www.toekomstvandejournalistiek.nl/2010/03/happenex-wij-bepalen-niet-wat-mensen-publiceren/).

De directeur van het platform, Mihhail Tverskoi, geeft in datzelfde artikel uitleg: “We hebben het gevoel dat mensen het leuk en interessant vinden om actief deel te nemen aan de nieuwsvoorziening. Daarom bieden we mensen de mogelijkheid om te schrijven over wat er gebeurt in hun omgeving. Ze kunnen de specifieke locatie van hun informatie aangeven, zodat andere gebruikers, die in hetzelfde gebied vertoeven, die informatie kunnen raadplegen”, legt Mihhail uit.

Over het belang van het platform zegt de directeur het volgende: “Jij en ik zijn waarschijnlijk bekend met wat er gebeurt in Brussel, Washington en Parijs, maar we weten veel minder over wat er gebeurt in de straat, buurt, stad of dorp waar we wonen. Er is een overweldigend aanbod van nieuws uit de hele wereld, maar als het gaat om nieuws uit je directe omgeving, dan is er een enorm vacuüm. Wij springen in dat gat.”

Ook ‘Nieuwslog’ ging Young Capital voor. Op dinsdag 24 maart (2009) verscheen er een persbericht over het nieuwe medium. Op De Nieuwe Reporter publiceerde als reactie een artikel met daarin haar kritiek. (Klik op de link voor het artikel: http://www.toekomstvandejournalistiek.nl/2009/03/jatten-doen-alle-media/). Het grootste deel van Nieuwslog zou bestaan uit ‘gejatte berichten uit de gevestigde berichten’ en ‘van grammatica zouden de burgerjournalisten geen kaas hebben gegeten’. Directeur van Nieuwslog, Kees van Mourik, reageert op de stellingen. “Jatten is wat gevestigde media ook doen. Het idee van de site is dat niet journalisten een selectie van het nieuws maken, maar vrijwillige redacteuren – de ‘nieuwsloggers’ – die zijn gespecialiseerd in een bepaald onderwerp. Elke ‘nieuwslogger’ houdt een eigen pagina – een Nieuwslog – bij over zijn of haar onderwerp”, aldus het verweer van Van Mourik.

“Er zitten nieuwsloggers bij die enkel jatten en rondpompen, maar de meeste nieuwsloggers selecteren het nieuws nauwkeurig en voorzien het van extra commentaar of extra feiten. Vaak is een nieuwslogger niet de creëerder van het nieuws, hij verzamelt het en maakt het interessanter voor zijn specifieke doelgroep”, vertelt Van Mourik verder. Over de kritiek, dat het er niet op lijkt dat nieuwsloggers berichten aanvullen met extra feiten of nog eens extra checken, reageert Van Mourik ook. “Ons eerste doel is selectie. Belangrijk is dat een nieuwslogger het nieuws bijhoudt over zijn onderwerp, waardoor een zeer interessante collectie artikelen ontstaat die zeer relevant is voor een specifieke doelgroep. Daarnaast kunnen ze een opinie of extra informatie toevoegen. Dat zou nog wel vaker mogen gebeuren”, legt hij uit.

Alexander Pleijter vraagt in het interview waarom de kritiek zo fel is volgens de directeur, zijn antwoord luidt als volgt: “De reacties op dit soort initiatieven zijn voorspelbaar. Die kan je vergelijken met de vroege reacties van journalisten op internet. Journalisten zien het als een bedreiging.” Ook de vraag, of Van Mourik Nieuwslog als serieuze burgerjournalistiek ziet, wordt gesteld. “Journalistiek bestaat uit twee belangrijke principes: hoor-wederhoor en het checken van de feiten. In de serieuze media gebeurt dat vaak ook niet. De term burgerjournalistiek wordt nu eenmaal gebruikt voor dit soort projecten, maar ik zou hem zelf niet verzonnen hebben. Het is hooguit journalistiek in de betekenis van nieuws selecteren en brengen”, aldus Van Mourik.

Wat is er anders aan ‘Young Capital’?

Bij Happenex! is elke geregistreerde gebruiker een redacteur. Niemand bepaalt verder hoe de berichten worden gepubliceerd. “We geloven dat het heel belangrijk is om mensen toe te staan te zeggen wat ze denken en delen wat ze weten, zonder tussenkomst van redacteuren die beslissen wat wel en niet gepubliceerd wordt”, zo vertelt directeur Mihhail in een interview met Alexander Pleijter. De vraag van Pleijter, of er dan niet in de gaten wordt gehouden of er smaad en gescheld gepubliceerd wordt, wordt beantwoord als volgt: “We nemen privacy, smaad en copyrights heel erg serieus. Bij elk verhaal dat is gepubliceerd staat een knop ‘meld een probleem’. Daarmee kunnen andere gebruikers aan de bel trekken als er iets mis is, zoals spam of smaad. Hetzelfde principe geldt voor de reacties op bijdragen. Als een gebruiker steeds opnieuw gemeld wordt door andere gebruikers, kan dat leiden tot een waarschuwing en eventueel ook het verwijderen van al zijn materiaal van de website. Bovendien hebben we een mailadres waar mensen problemen kunnen melden”, aldus de directeur. Het verschil bij Young Capital is dat er wel degelijk voorafgaande controle is. De ‘community managers’ bepalen of en hoe de berichten online komen. Eventueel wordt er hoor en wederhoor toegepast en worden de bronnen gecontroleerd. De makers – de burgerjournalisten – leveren dan wel de inhoud maar zijn zeker niet vrij in het publiceren van alles wat zij verzamelen. Daar zorgen de traditionele vak-journalisten voor, die ervoor zorgen dat alle publicaties aan de normen en waarden van de traditionele journalistiek voldoen.

Ook bij Nieuwslog kan iedereen zich aanmelden als beheerder van de site, toch maakt de redactie een selectie uit de artikelen. Nieuwslog werkt overigens met vaste categorieën (Sport, Economie, Media, Lifestyle, Politiek, Wetenschap en Cultuur) waarvoor zij ‘experts’ inzet die zich met deze berichtgeving bezig houden. Dat is bij Young Capital niet het geval. De burgerjournalisten mogen alle soorten en vormen van artikelen etc. aandragen of deze uiteindelijk ook gebruikt worden, dat bepalen de community managers – die waken voor de kwaliteit van de berichtgeving en dus het platform.



EXTRA UITWERKING


Tijdens het assessment bleek er nog wat onduidelijkheid te zijn over hoe dit idee er in de praktijk uit zou zien. De vraag of er een vaste werknemersgroep van journalisten, op een vaste redactie, zou zijn kwam ook aan bod. Ik gaf toen al mondeling uitleg en het innovatieve idee werk goed gekeurd. Toch zou ik het nog graag eens ‘op papier’ willen zetten. Dus bij deze.

De praktijk

Inderdaad zal er sprake zijn van een vaste werknemersgroep, die bestaat uit de journalisten die, zoals al aan bod kwam controle uitoefenen en de producten van burgers mogelijk – en waar nodig – aanvullen en checken. Een vaste, traditionele redactie zal dit overigens niet zijn. De redacteuren werken vanuit thuis. Wel is het vereiste dat deze werknemers de regio kennen. De groep journalisten bestaat in de vorm van een ‘flexpool’. Wat betekent dat er ongeveer tien á vijftien vaste redacteuren in dienst worden genomen. Om het probleem van tekort aan vast werk tegen te gaan, zullen deze journalisten contracten krijgen waarin vanzelfsprekend ook de arbeidsuren staan. Gezien het vele werk, dat het controleren, aanvullen etc., met zich meebrengt is het doel dat deze werknemers minimaal 25 á dertig uur in de week aan het werk zijn en in het verlengde daarvan een vast inkomen per maand ontvangen én via een contract aan kunnen tonen.

Inkomsten

Advertentie-inkomsten zullen de voornaamste bron van inkomsten zijn. Mogelijke adverteerders zijn organisaties en bedrijven in de regio, zoals eerder al een bod kwam. Maar denk ook aan het dierenasiel die graag advertenties wil plaatsen of extra ruimte wil kopen om honden en katten die nog in het asiel zitten ‘aan de man’ te brengen.

Mediaredactie: Onderzoeksverslag 1

Beoordeling stukken:

Eerste versie onderzoeksverslag 1, inclusief beoordeling:


Verbeterde versie onderzoeksverslag 1, met een onvoldoende beoordeeld tijdens het assessment:


Uiteindelijke versie die ik aandraag ter beoordeling:


Voorblad


Inhoudsopgave

1.1. Inleiding

1.2. Leeswijzer
1.3. Wat wordt behandeld in dit onderzoeksverslag

1.4. Theoretisch kader
1.4.1. Cultiveringstheorie van George Gerbner
1.4.2. Framing
1.4.3. Medialogica
1.4.4. Priming
1.4.5. Agendasetting

2.1. Onderzoeksopzet
2.2. Kwantitieve resultaten
2.3. Kwalitatieve resultaten
2.4. Resultaten

3.1. Conclusie
3.1.1. Kwaliteit van het onderzoek – kwaliteits-analyse
3.1.2. Betrouwbaarheid
3.1.3. Onafhankelijkheid
3.1.4. Validiteit
3.1.5. Bruikbaarheid

3.2. Bronnenlijst

Bijlagen – frame-analyse schema


1.1 Inleiding

Nadat de hoofdredacteur van de Russische nieuwssite Lenta.ru, Galina Timchenko, is ontslagen blijven niet alleen haar collega’s achter vol ongeloof. Ook de media storten zich op deze gebeurtenis, want wat zegt dit ontslag over de Russische persvrijheid?

Volgens het Amerikaanse persbureau de Associated Press zou Timchenko zich schuldig hebben gemaakt aan het verwijzen naar extremistisch materiaal, wat strafbaar is onder de anti-terreur wetgeving. In de berichtgeving van Timchenko, waarin zij de extreem-rechtse Oekraïnse nationalist Dmytro Yarosh interviewt, wordt de rol van Rusland verkeerd in beeld gebracht. Zo stelt de Associated Press. De publicatie kostte de hoofdredacteur haar baan. Timchenko wordt vervangen door Alexei Goreslavsky, die tot voor kort hoofd van Vzglyad.ru was.

Verantwoordelijk voor haar ontslag is de eigenaar van Lenta.ru, Alexander Mamut. Mamut, een miljardair die ook eigenaar is van de Britse boekhandelsketen Waterstones, overzag een online media fusie in 2013 die hem de controle over een aantal populaire nieuwsdiensten, zoals Lenta.ru, gaf. Door andere journalisten van Lenta.ru werd het ontslag meteen bekritiseerd. Zo zou het ontslag van Timchenko symbool staan voor de bedreiging van de vrije journalistiek in Rusland. Voormalig collega’s van de Russische hoofdredacteur besluiten als uiting van hun ongenoegen massaal ontslag aan te bieden. Dunja Mijatovic, vertegenwoordiger van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) inzake mediavrijheid, zegt het volgende over het ontslag: “Dit is het afvuren van een duidelijk signaal van censuur en druk van de regering.” Ook de Russische bevolking is niet gecharmeerd van het ontslag. Zij ziet het als een klap voor de vrijheid van meningsuiting in het land.

Nederland mengde zich in de discussie rondom deze gebeurtenis en uiteraard werd ook de Nederlandse bevolking via het nieuws op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen. In dit onderzoeksverslag is de berichtgeving omtrent dit onderwerp, de persvrijheid in Rusland, geanalyseerd in de periode 2000 tot en met 2014. Voor de analyse is gebruik gemaakt van publicaties van vijf kranten. Namelijk: NRC Handelsblad, Het Parool, Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf. Dit omdat deze titels het meest over dit vraagstuk berichtten.


1.2 Leeswijzer

In de inleiding wordt uitgelegd welk onderwerp er wordt behandeld in het kader van dit onderzoek. Vervolgens wordt er in paragraaf 1.3 ‘Wat wordt behandeld in dit onderzoeksverslag’ informatie gegeven over de hoofdvraag, waarop uiteindelijk antwoord zal worden gegeven. Ook wordt in deze paragraaf besproken waarom dit thema maatschappelijk relevant is. In het theoretisch kader (paragraaf 1.4) worden de theorieën en begrippen besproken die voor dit onderzoek van belang zijn. In de onderzoeksopzet wordt uitgelegd hoe er te werk is gegaan om tot de bevindingen van dit onderzoek te komen. De hoeveelheid publicaties van de geanalyseerde media en in welke vorm deze media bericht hebben komt aan de orde bij de kwantitatieve resultaten. Paragraaf 2.3 betreft de kwalitatieve resultaten waarin de inhoud van deze berichten wordt weergegeven. De frames worden daarop volgend behandeld onder de ‘resultaten’. Natuurlijk wordt er ook een conclusie gegeven in dit onderzoek, die conclusie is te lezen onder paragraaf 3.1. De kwaliteit van dit onderzoek wordt overigens ook besproken, bekijk daarvoor de kwaliteits-analyse onder paragraaf 3.1.1. Vervolgens is de bronnenlijst te zien. Als laatste kunt u het schema van de frame-analyse raadplegen die gebruikt is voor dit onderzoek.


1.3 Wat wordt behandeld in dit onderzoeksverslag

In dit onderzoeksverslag wordt antwoord gegeven op de vraag: ‘Hoe berichten de Nederlandse media over de persvrijheid in Rusland?’. Dit wordt in beeld gebracht door de berichtgeving van de kranten NRC Handelsblad, Het Parool, Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf van het jaar 2000 tot en met het jaar 2014 te analyseren. Voor deze titels is gekozen omdat deze het meest berichtten over de Russische persvrijheid in de aangegeven periode.

De maatschappelijke relevantie van dit onderzoek heeft betrekking op de houding die Nederlandse media aannemen ten opzichte van de Russische persvrijheid. Wat is acceptabel volgens het journalistieke werkveld in Nederland? Als die stelling wordt ingenomen, in de vorm van berichtgeving, wordt ook direct de nadruk gelegd op wat juist niet voldoet aan onze (Nederlandse) opvatting over de vrije journalistiek. Het ontslag van de Russische hoofredactrice, Galina Timchenko, van Lenta.ru staat niet alleen volgens haar eigen collega’s maar ook volgens Dunja Mijatovic, vertegenwoordiger van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) inzake mediavrijheid, symbool voor de bedreiging van de vrije pers. Haar stelling, die al eerder te lezen was in dit onderzoeksverslag luidde dan ook: “Dit is het afvuren van een duidelijk signaal van censuur en druk van de regering.”

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van krantenarchief Lexis Nexis. Via dit archief zijn dertig artikelen geanalyseerd waarin bericht is over de persvrijheid van Rusland. Naar aanleiding van deze verzameling worden er verschillende frames belicht die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen.


1.4 Theoretisch kader


1.4.1 Cultiveringstheorie van George Gerbner

In dit onderzoek worden verschillende theorieën en bergrippen behandeld die van belang zijn voor dit vraagstuk. Een van deze theorieën is de cultiveringstheorie van Gerbner. De cultiveringstheorie van George Gerbner, gaat in op de rol van de media in onze westerse, geïndustrialiseerde samenleving (De Boer en Brennecke, 2009). Volgens Gerbner hebben massamedia een centrale plaats ingenomen in onze samenleving, waardoor de massamedia de hedendaagse rol van cultuurverspreider vervullen.

Wanneer je kijkt naar de persvrijheid in Rusland kun je stellen dat deze ‘centrale plaats’ van de massamedia wordt vervuld door de media die over dit onderwerp berichten. Komt er in deze berichtgeving veelvuldig het gebruik voor van negatieve uitlatingen zoals ‘cultuur van haat en intimidatie’, ‘journalisten in Rusland niet veilig’ en begrippen als ‘bedreiging’ en ‘corruptie’, dan zou het gebruik van deze negatieve connotatie door het publiek (de lezers) kunnen worden opgevat en geïnterpreteerd als maatschappelijk probleem. Op deze manier speelt de rol van de media in op de mening van het publiek (de ontvangers).

De cultuurverspreider geeft volgens Gerbner antwoord op vier vragen. Namelijk:
1) Vragen naar existentie (Wat is er?)
2) Vragen naar prioriteiten (Wat is belangrijk?)
3) Vragen naar waarden (Wat is goed? Wat is kwaad?)
4) Vragen naar onderlinge verhoudingen (Wat hangt waarmee samen?)

Deze vragen, waarop de cultuurverspreider volgens George Gerbner antwoord geeft, zijn bij dit onderzoek van toepassing bij de kwalitatieve inhoudsanalyse.


1.4.2 Framing

Een ander begrip waaraan in dit onderzoek aandacht wordt besteed is framing. Framing houdt in dat verhalen een bepaald perspectief oftewel ‘frame’ bieden op de werkelijkheid. Het begrip is gebaseerd op de veronderstelling dat de wijze waarop een onderwerp in de media behandeld wordt, invloed heeft op de manier waarop het door het publiek wordt geïnterpreteerd. Deze manier, hoe in onderwerp wordt ‘gebracht’ en gepresenteerd, is volgens het framingprincipe een keuze die door de journalistiek (de journalist of journalisten in kwestie) is gemaakt. Journalisten zijn verhalenvertellers en dragen bij aan de ‘framing’ van bepaalde onderwerpen. In dit onderzoek wordt gekeken naar welke frames naar voren komen naar aanleiding van het bestuderen van dertig artikelen, van vijf verschillende kranten over een periode van veertien jaar.


1.4.3 Medialogica

Het derde begrip dat in dit verslag aan bod komt is medialogica. Dit houdt de driehoeksrelatie in tussen media, politiek en publiek. Deze drie partijen hebben een wederkerige relatie met elkaar. De media zijn afhankelijk van het publiek. Als het publiek geen aandacht besteedt aan de media, bestaan de media niet. De politiek is ook weer afhankelijk van de media. De media stellen de politiek voor aan het publiek. De media hebben politici dan weer nodig voor onder andere een quote. Het publiek is weer afhankelijk van de media als bron van informatie.

Medialogica is dus het proces waarbij een publieke opinie ontstaat of zich ontwikkelt omdat beleidsmakers, journalisten en consumenten zich aanpassen aan de werking van de media. Dit kunnen zij bewust maar ook onbewust doen. Medialogica is het resultaat van structurele maatschappelijke en technologische ontwikkelingen die burgers, politici en media vasthouden in een interactie waaruit zij niet meer kunnen ontsnappen (Van Beek, 2006). De drie partijen worden als het ware gedwongen mee te gaan in dit proces binnen de driehoeksrelatie.

Burgers (de lezers) willen nieuws met attentiewaarde en politici die recht doen aan hun opvattingen en gevoelens. Media, op hun beurt, leveren nieuws dat pakkend is en zijn op zoek naar politici die inspelen op de gevoelens van de burgers. Politici ‘framen’ op hun beurt hun eigen uitspraken in een poging de nieuwspodia te bereiken en recht te doen aan deze gevoelens van de burgers (Ontsnappen aan medialogica, 2006).

In het kader van de persvrijheid in Rusland is dit proces van medialogica van belang gezien deze duidelijk een rol speelt in de manier waarop verschillende partijen functioneren. Gekeken naar de rol van de Russische burgers kun je stellen dat deze, naast nieuws met attentiewaarde, willen dat politici recht doen aan hun opvattingen en gevoelens. Wat klaarblijkelijk niet het geval is. President Poetin oefent namelijk, zoals eerder aan bod kwam, censuur uit en bedreigt daarmee de persvrijheid.


1.4.4 Priming

Priming, een begrip dat sterk samenhangt met ‘framing’, is het proces waarbij de door de media overgebrachte informatie naar het geheugen van de ontvanger bepaalde kenniseenheden tijdelijk toegankelijk maakt. Daardoor neemt de waarschijnlijkheid toe dat die gemakkelijk toegankelijke kenniseenheden gebruikt worden bij de receptie, interpretatie en beoordeling van de daaropvolgende informatie (De Boer en Brennecke, 2009).

Het proces van priming beïnvloedt de manier waarop de informatie bij de lezer binnenkomt. Het begrip is in dit onderzoek niet behandeld gezien deze als onderwerp heeft hoe de Nederlandse media berichten over deze kwestie en niet hoe de lezers van deze berichtgeving de informatie ‘verwerken’. In het verlengde daarvan zou je wel kunnen stellen dat de Nederlandse media ook lezers zijn, in die zin dat zij de Russische media bijhouden (en dus verwerken) en op hun beurt daarover nieuwe berichtgeving produceren.


1.4.5 Agendasetting

Het begrip agendasetting wordt in dit onderzoeksverslag behandeld omdat sommige auteurs het primingproces beschouwen als een mogelijke theoretische verklaring voor het optreden van een agendasettingeffect. In de agendasettingtheorie hebben media geen effect op wat mensen denken maar is het wel zo dat de media bepalen waarover mensen denken. De media bepalen dus de publieke agenda. In dit onderzoek kan dit begrip van toepassing zijn in het kader van de kwantiteit. Berichten de (Nederlandse) media veel over de persvrijheid in Rusland? Als dat zo is, zouden deze publicaties immers van invloed zijn op de agenda van het publiek. Dit proces van beïnvloeding is wederkerig. Het publiek kan op haar beurt namelijk ook bepalen waarover de media berichten. Besteden burgers veel aandacht aan de situatie van de persvrijheid in Rusland? Heeft dit invloed op de hoeveelheid berichtgeving die de media openbaar maken over dit onderwerp?


2.1 Onderzoeksopzet

Voor dit onderzoek zijn dertig artikelen geanalyseerd van vijf verschillende kranten. Deze kranten betreffen: het NRC Handelsblad, Het Parool, Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf. Voor deze titels is gekozen, zoals al eerder in dit verslag aan bod kwam, omdat dit de kranten zijn die het meest over het vraagstuk berichtten. De berichten die zijn onderzocht zijn gepubliceerd in de periode van 2000 tot en met het 2014. Deze krantenartikelen zijn verkregen via Lexis Nexis. De zoektermen die in dit programma zijn gebruikt zijn: persvrijheid Rusland, Rusland pers, media Rusland, vrijheid van meningsuiting Rusland en blokkades nieuwsmedia.

Na de verzameling van deze artikelen zijn deze stukken geanalyseerd via een frame-analyse schema. Dit schema vindt u in de bijlage van dit onderzoeksverslag.


2.2 Kwantitatieve resultaten:

Wanneer je kijkt naar de hoeveelheid berichtgeving kun je stellen dat er in het jaar 2000 nog vrij weinig wordt bericht over de persvrijheid in Rusland. Een van de weinige kranten die er een achtergrondverhaal over schrijft is De Telegraaf. Als de andere kranten al iets over het onderwerp publiceren houden zij het bij een nieuwsbericht. In 2001 wagen ook de Volkskrant en Het Parool zich aan het onderwerp, zij publiceren beide een nieuwsbericht. De periode tussen 2002 en 2006 wordt er weinig bericht over de persvrijheid in Rusland. In 2006 laat de Volkskrant weer iets van zich horen met een nieuwsbericht, Trouw publiceert een achtergrondverhaal. Ook in de periode tussen 2007 en 2009 wordt er opnieuw weinig bericht. In 2009 publiceert Trouw nogmaals een achtergrondverhaal. De media die in 2010 veelal berichten over het onderwerp zijn Trouw en Het Parool. In 2011 publiceert Trouw nog een nieuwsbericht. De Volkskrant publiceert in 2012 een achtergrondverhaal. In 2013 publiceert De Telegraaf een nieuwsbericht. In 2014 lijkt het onderwerp een grotere rol te spelen in de media. De vijf kranten die in dit onderzoek bestudeerd zijn publiceren in dit jaar allemaal stukken die te maken hebben met Russische persvrijheid. Zowel nieuwsberichten als achtergrondverhalen. Ook werden er interviews gepubliceerd. Overigens kunt u deze informatie ook in het geplaatste schema hier onder bekijken.

SCHEMA


2.3 Kwalitatieve resultaten

In het jaar 2000 publiceert de Volkskrant een achtergrondverhaal onder de kop ‘Vrijheid Russische pers onder Poetin in gevaar’. Het stuk gaat over Poetins’ voorstel om de macht van de Russische lokale leiders, de gouverneurs, te beknotten. Een week voorafgaand aan dit voorstel werd er een ‘aanval op de vrije pers’ gepleegd, aldus de Volkskrant. De inval van gemaskerde mannen in het Moskouse hoofdkwartier van Media-Most, waarvoor Russische autoriteiten verantwoordelijk zouden zijn. Een jaar later, in 2001, publiceren de Volkskrant en Het Parool beide een bericht over het onderwerp. De Volkskrant publiceert een nieuwsbericht over de stelling van de Wereldverbond van Kranten, dat Colombia en Rusland de gevaarlijkste landen zouden zijn voor journalisten. Het Parool publiceert een achtergrondverhaal over het feit dat het Russische staatsbedrijf Gazprom, tegen de wil van journalisten in, een nieuwe directeur en hoofdredacteur benoemde bij het Russische televisiekanaal NTV (National Television Russia).

Tot 2006 wordt er weinig bericht over de persvrijheid in Rusland. In 2006 publiceert de Volkskrant een nieuwsbericht over ‘2005 het bloedigste jaar voor de persvrijheid sinds 1995’ naar aanleiding van 63 gedode verslaggevers in dat (2005) jaar. Trouw publiceert een achtergrondverhaal over het eerbetoon dat media aan de vermoorde journaliste, Anna Politkovskaja, geven. In 2009 publiceert Trouw nog een achtergrondverhaal. Het jaar daarna, in 2010, publiceert Trouw nog een achtergrondverhaal en een nieuwsbericht. Het Parool publiceert een nieuwsbericht met als onderwerp drie journalisten die zwaar mishandeld zijn in Rusland, in één week. Ook publiceert het medium een achtergrondverhaal met het onderwerp ‘Poetins Rusland’. Waarin gesteld wordt dat Poetin dan wel niet zelf de opdracht geeft journalisten dood te schieten maar hij wel een milieu schept waarin journalisten niet beschermd worden.

In 2011 publiceert Trouw nog een nieuwsbericht, in het jaar daaropvolgend publiceert de Volkskrant een achtergrondverhaal. Twee jaar later publiceert De Telegraaf een nieuwsbericht over de mogelijke aanslag op een verslaggever van het medium. In dit bericht doet De Telegraaf de uitspraak: “Ook in Rusland zijn journalisten hun leven niet zeker, getuige de geruchtmakende moord op Anna Politkovskaja. Dit mag in Nederland nooit gebeuren!”


2.4 Resultaten

Naar aanleiding van de analyse van de geselecteerde artikelen komen verschillende frames naar voren. In het jaar 2000 doet het frame ‘Einde persvrijheid’ zich veelal voor. Het jaar daaropvolgend (2001) komen twee frames naar voren. Namelijk: ‘Gevaar journalisten’ en ‘Censuur’. In 2006 wordt er vooral een terugblik gegeven op het jaar 2005. Er wordt voornamelijk bericht met het frame ‘Levensgevaarlijk’ naar aanleiding van de moorden op journalisten die er in dat jaar gepleegd zijn.

In 2009 wordt het frame ‘Acceptatie’ vooral gebruikt dat ernaar verwijst dat Russen onderhand gewend zijn aan de moorden op journalisten en activisten. In 2010 zijn er vijf verschillende frames die een rol spelen, namelijk:

– Geweldsgolf
– Haat-atmosfeer
– Intimidatie
– Corruptie
– Onveilig

In 2011 speelt het frame ‘Verzwijgen’ een grote rol. Het frame verwijst naar de federale veiligheidsdiensten en autoriteiten die niet geïnteresseerd zijn in het oplossen van moorden op journalisten. In 2012 is dit het frame: ‘Bedreiging’, welke terug slaat op de Russische autoriteiten die niet gecharmeerd zijn van de (vrije) uitspraken die worden gepubliceerd op blogs. Naar aanleiding van de bloggers die in Moskou door de Russische autoriteiten in dat jaar worden aangepakt. In 2013 publiceert De Telegraaf een bericht waarin zij de lezers laat weten dat er een mogelijke aanslag is gepland op een van de verslaggevers van het medium. Hierin refereert het medium aan Rusland, met name de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaja en doet de uitspraak “dit mag in Nederland niet gebeuren”.

In 2014 spelen vijf verschillende frames een rol, namelijk:

– Blokkade kritische nieuwsvoorzieningen
– Aanpakken persvrijheid
– Onderdrukking
– Anti-pers
– Verslechtering


3.1 Conclusie

Aan het begin van dit onderzoek werd de hoofdvraag voorgelegd. Deze luidde: ‘Hoe berichten de Nederlandse media over de persvrijheid in Rusland?’. Naar aanleiding van de gevonden frames kunnen we stellen dat de Nederlandse media vooral bezorgd en kritisch berichten over de Russische persvrijheid. De frames die voornamelijk opvallen zijn namelijk:

– Einde persvrijheid
– Gevaar journalisten
– Censuur
– Blokkade kritische nieuwsvoorzieningen en Verslechtering


3.1.1 Kwaliteit van het onderzoek – kwaliteitsanalyse

Om te verantwoorden hoe dit onderzoek in elkaar zit, wordt gebruik gemaakt van de criteria die Nel Verhoeven gebruikt in haar boek Wat is Onderzoek? (Verhoeven, 2009). Volgens haar zit een onderzoek goed in elkaar als de betrouwbaarheid, bruikbaarheid en validiteit goed zijn. Vandaar dat deze maatstaven, in dit onderzoek, gebruikt worden. Verder wordt ook de onafhankelijkheid van het onderzoek in deze paragraaf besproken.


3.1.2 Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van een onderzoek hangt af van verschillende factoren. Dat zijn onder andere herhaalbaarheid, controleerbaarheid en onafhankelijkheid. Wat dat betreft kan het kwantitatieve onderzoek als betrouwbaar worden beschouwd. De bronnen die voor dit onderzoek zijn gebruikt, zoals de index LexisNexis, kunnen immers opgehaald worden door dezelfde trefwoorden in het archief in te voeren. Verder is in paragraaf ‘2.1. Onderzoeksopzet’ te lezen hoe het onderzoek is opgesteld. Ook kunnen de begrippen die van toepassing zijn op dit onderzoek, zoals het begrip framing, naar aanleiding van de bronnenlijst worden opgezocht in de literatuur die hiervoor geraadpleegd is.


3.1.3 Onafhankelijkheid

Wat de onafhankelijkheid van dit onderzoek betreft kan er gezegd worden dat dit onderzoek gedaan is in opdracht van de Fontys Hogescholen, in dit geval de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek. De onderwijsinstelling heeft geen baat bij een bepaalde uitkomst van het onderzoek en zijn dus onafhankelijk. Wel stelt de Hogeschool voor de Journalistiek het vereiste, dat het onderzoek herhaalbaar, controleerbaar en onafhankelijk moet zijn. De persoon die dit onderzoek heeft verricht is Esmée Janssen, een tweedejaars studente aan de eerder genoemde hogeschool. In het kader van haar studie volgde zij het project ‘Mediaredactie’ waar studenten beoordeeld worden op, onder andere, hun onderzoeksverslag. Gezien deze onderzoeken aan het vereiste van onafhankelijkheid moeten voldoen en het feit dat Janssen zelf geen voordeel heeft bij bepaalde uitkomsten of resultaten kan worden gesteld dat dit onderzoek aan het onafhankelijkheidsvereiste voldoet.

De kwaliteit van dit onderzoek is minder goed te controleren en dus matig. Gezien de herhaalbaarheid kun je stellen dat de gegevens die worden behandeld betrouwbaar zijn. Wel moet er een kanttekening worden gezet bij deze gegevens. Het onderzoek betreft een analyse van dertig artikelen over een periode van veertien jaar. Je kunt dus stellen dat deze artikelen niet het algehele beeld van de werkelijkheid hoeven/kunnen zijn. De conclusie van dit onderzoek, die wordt gegeven naar aanleiding van de frames die zijn gevonden, gelden dus maar slechts als een rode draad in de berichtgeving van de veertien jaar die zijn onderzocht. Het geeft wel een beeld over de opvatting die er in de onderzochte periode (2000-2014) heerst onder de Nederlandse media over de persvrijheid in Rusland.


3.1.4 Validiteit

Wanneer er wordt gekeken naar de validiteit van een onderzoek moet men de volgende vraag beantwoorden: ‘Is er met dit onderzoek aangetoond wat de onderzoeker wilde aantonen?’. Dit onderzoek had als doel; inzicht te krijgen over hoe Nederlandse media in de jaren 2000 tot en met 2014 berichten over de persvrijheid in Rusland. Hier is een conclusie uitgekomen. Daar moet wel de kanttekening bij geplaatst worden dat dit onderzoek een kleinschalig onderzoek betreft. Een onderzoeker die het breder zou willen trekken zou meer artikelen, titels en jaren moeten onderzoeken en naar aanleiding van dit onderzoek (mogelijk) meer frames moeten vinden.


3.1.5 Bruikbaarheid

De inzichten die dit onderzoek biedt zijn van relatief kleine betekenis. Zoals bekend analyseert en geeft dit onderzoek antwoord op de vraag hoe de Nederlandse media berichten over de persvrijheid in Rusland, tijdens de periode 2000 tot en met 2014. Dit wordt gedaan aan de hand van het analyseren van Nederlandse berichtgeving van de eerder genoemde titels. Het antwoord heeft dan ook betrekking op hoe wij als Nederlanders denken over de vrije journalistiek, zonder censuur. Gesteld kan worden dat de Nederlandse media van mening zijn dat er in Rusland sprake is van bedreiging van de persvrijheid en in het verlengde daarvan de zekerheid en veiligheid van de journalisten in het land. Het thema van dit verslag is dan wel maatschappelijk relevant maar is daarentegen kleinschalig. Het onderzoek openbaart geen nieuwe, onverwachtse uitkomsten maar biedt mogelijk wel onderbouwing voor grotere, omvangrijkere onderzoeken. Verder brengt dit verslag het contrast in beeld tussen de Nederlandse persvrijheid (en de opvatting daarvan) en de vrijheid daarvan in Rusland.


3.2 Bronnenlijst

  1. Beek, K.W.H. van. (2006). Ontsnappen aan medialogica. Duivendrecht: Uitgeverij SWP.
  2. Boer, C. de, & Brennecke, S. (2009). Media en Publiek. Amsterdam: Boom Lemma Uitgevers.
  3. Verhoeven, N. (2009) Wat is onderzoek? Amsterdam: Boom Lemma Uitgevers.